Dag in Gaza Offerfeest gehuld in rouw, honger en angst voor wéér een aanval
Afgelopen weekend vierden moslims het offerfeest Ied-al-Adha. Zo ook in Gaza. Maar dat was anders dan vroeger. "De vreugde en het feest bleven uit. Er was alleen ruimte voor verstikkende honger en angst", vertelt Saeed Rafiq Al Madhoun aan NU.nl.
Saeed is het aanspreekpunt in noodsituaties in Gaza voor hulporganisatie CARE. Hij verblijft momenteel met zijn vrouw en vijf kinderen in Deir El Balah, in het midden van de Gazastrook. Hij coördineert noodhulpverlening zoals voedsel, onderdak en andere basisvoorzieningen.
Afgelopen weekend bleef hij bij zijn familie om het offerfeest Ied-al-Adha te vieren. Maar een feest is het niet. "Normaal gesproken krijgen onze kinderen tijdens Ied speelgoed en lekkernijen. Maar vandaag kunnen we alleen maar hopen op een dag zonder luchtaanvallen", vertelt Saeed als de viering nog moet beginnen. "Dat we niemand verliezen. Dat we een moment, slechts één moment, van veiligheid mogen voelen."
Zijn woorden komen hard binnen, Saeed klinkt emotioneel en uitgeput. Hij spreekt over vreselijke situaties van verlies en pijn, maar voor hem zijn die "dagelijkse kost".
Saeed - die ook een Palestijn uit Gaza is - vertelt dat hij drie weken geleden een groot deel van zijn familie, onder wie zijn neef, heeft verloren bij Israëlische aanvallen. "Dit Offerfeest is gevuld met verdriet. We zijn in voortdurende rouw."
Een dag in Gaza
Herinnering doet pijn, maar helpt ook
Saeed dacht veel terug aan hoe het feest was vóór de oorlog in de Gazastrook, vertelt hij. "Ik herinner me vroegere Ied-dagen, toen we samenkwamen met mijn familie en neven en nichten, elkaars kinderen kleingeld gaven, chocolaatjes en zoet gebak deelden, en maaltijden aten die met liefde waren bereid ter ere van Ied-al-Adha."
Normaal gesproken wordt ook een schaap of geit geofferd en eten ze het vlees. "Er waren gezellige avonden met barbecues en lange tafels met familiediners."
Maar dat is niet meer, zegt de 41-jarige hulpverlener. "We bezoeken elkaar niet en we koken geen speciale maaltijden." Zelfs de ka'ak ma'amoul (koekjes gevuld met dadels) kon Saeed niet maken, omdat er geen ingrediënten of gas zijn om iets voor Ied te maken.
De honger is wreed
Niemand verplaatst zich voor Ied omdat dat simpelweg te gevaarlijk is, zegt Saeed. Hij en zijn familie blijven binnen uit angst voor bombardementen. Binnen, maar niet thuis, want Saeed verloor zijn huis aan het begin van de oorlog. Sindsdien zijn hij en zijn familie vluchtelingen.
Op 2 juni was er nog een grote aanval op een moskee in Deir al-Balah. Nog steeds zoeken mensen naar hun dierbaren onder het puin. Saeed en zijn vrouw en kinderen overleefden het.
Maar de bombardementen zijn niet de enige zorg, het is ook de honger. "Zelfs het basaalste voedsel is moeilijk te vinden", zegt Saeed. "De hongersnood is wreed en ondragelijk."
Hij vertelt dat hij één lichte maaltijd per dag eet. "Ik probeer het meeste te bewaren voor mijn kinderen." Zij zijn nul tot twaalf jaar oud en "moeten nog groeien".
Hoop op een betere dag
"Het enige dat we nu kunnen wensen is dat dit Offerfeest rustig voorbijgaat, zonder meer pijn, zonder meer verlies, zonder meer bommen", zegt Saeed.
Na afloop benadrukt hij dat deze Ied-al-Adha de mensen geen vreugde of feest gaf. "Maar het bracht wel een boodschap: Gaza bestaat nog steeds en de mensen zijn er nog."
Saeed gebruikt dat als lichtpuntje in de pikzwarte duisternis waarin hij en honderdduizenden Palestijnen leven. "Er is nog hoop en veerkracht. Ik zie nog steeds mensen die glimlachen, ondanks de verwoesting."
Vandaag is Saeed weer aan het werk. Voor zover hij kan, zorgt hij dat mensen een plekje hebben om te slapen. En hij hoopt kinderen met één maaltijd per dag te weg te houden van ernstige hongersnood. Maar er is te weinig voedsel en het is nergens veilig. Toch houdt Saeed vol: "Ik houd vast aan de hoop op een betere dag."
