Australië kraakt Israëlisch leger in rapport over aanval op hulpkonvooi
Australië opende een onderzoek naar de luchtaanval van het Israëlische leger (IDF) op de hulpverleners in april, omdat een van de slachtoffers de Australische nationaliteit had. De andere slachtoffers kwamen uit Canada, Polen, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde staten en Gaza.
Het onderzoek is uitgevoerd door Mark Binskin, het voormalige hoofd van de Australische luchtmacht. Binskin laat weinig twijfel over de schuldvraag bestaan: volgens hem kon de dodelijke luchtaanval plaatsvinden door "serieuze fouten" bij het volgen van IDF-procedures, een "foutieve identificatie" van doelwitten en "fouten in de besluitvorming".
Wel voegt Binskin eraan toe dat de IDF de aanval niet "met opzet" uitvoerde. De betrokken militairen dachten waarschijnlijk dat ze Hamas-strijders aanvielen. Bovendien was er geen goede communicatie tussen het konvooi en de IDF. Toch maakte het leger meerdere fouten bij de aanval, staat in het rapport.
Israël had 'ernstige fout' al erkend
Ondanks de verwarrende signalen over het konvooi had het leger meer moeten doen om de risico's te monitoren en af te wegen. "Professionele en gedisciplineerde militairen, zoals die van de IDF, voeren meerdere controles uit om risico's te beperken", stelt Binskin. "Bij dit incident lijkt het erop dat de IDF-controles hebben gefaald. Dat leidde tot fouten in de besluitvorming en een verkeerde identificatie die waarschijnlijk werd verergerd door enige vooroordelen."
Verder zegt Wong dat Australië zal doorgaan de daders ter verantwoording te roepen, indien nodig met "gepaste juridische stappen". Israël is zelf ook nog bezig met bepalen of er verdere actie nodig is, zegt Wong, die contact heeft gezocht met haar Israëlische evenknie. "We verwachten dat er volledige transparantie over dit proces en de besluitvorming zal zijn."
WCK sceptisch over Israëlisch onderzoek
World Central Kitchen, dat maaltijden verzorgt voor Palestijnse slachtoffers in Gaza, staakte na de aanval tijdelijk zijn activiteiten. Eind april hervatte de organisatie het werk.
