Israëlisch AI-systeem voor bombardementen zou leiden tot meer burgerdoden
Het Israëlische leger heeft kunstmatige intelligentie gebruikt om zo snel en zoveel mogelijk doelen in de Gazastrook te identificeren, zeggen Israëlische inlichtingenbronnen. Van bovenaf kwam druk om hard terug te slaan naar Hamas, ook als dat veel slachtoffers zou betekenen.
De bronnen spreken van een AI-systeem met de codenaam Lavender. Daarmee kon het leger kort na de aanval van Hamas op Israël snel mogelijke strijders identificeren en doelen bepalen.
Hoeveel burgerslachtoffers bij het uitschakelen van die doelen waren toegestaan, varieerde van tijd tot tijd. "Het beleid was op een gegeven moment zo soepel dat het wel op een wraakactie leek", zegt een bron.
Zeker aan het begin van de oorlog in Gaza werd niet opgekeken van vijftien tot twintig burgerslachtoffers per laaggeplaatst lid van Hamas, stellen de inlichtingenofficieren.
AI ging niet selectief te werk
Dat kon onder andere gebeuren doordat het AI-systeem niet heel selectief te werk ging, zeggen de inlichtingenofficieren.
"Op een gegeven moment had het systeem 37.000 Palestijnen aangemerkt als lid van Hamas of de Palestijnse Islamitische Jihad. Onder hen waren ook burgerwachten en politieagenten. Die staan weliswaar onder controle van Hamas, maar daar zou je geen kostbare bommen aan willen verspillen", zegt een van de inlichtingenofficieren. Het algoritme werd daarom aangepast.
Het AI-systeem zorgde er ook voor dat er een lijst ontstond van doelen in Gaza die zonder toestemming van hogerhand gebombardeerd konden worden. Bij voorkeur thuis en met 'domme' bommen, want dat was berekend als het kansrijkst én het goedkoopst.
'Proportionaliteit bestond in de praktijk niet meer'
Daarnaast bevestigt het leger dat het 'domme' bommen heeft gebruikt, maar zegt het in een reactie dat dat op een "zeer precieze manier" gebeurde. Ook zeggen de strijdkrachten dat ze tijdens oorlogsvoering altijd handelen op basis van proportionaliteit. Maar de inlichtingenbronnen zeggen dat proportionaliteit in de praktijk "niet bestond."
Het aanmerken van mensen als potentieel doelwit was voorheen een tijdrovend proces, zeggen de bronnen. Er gingen vergaderingen aan vooraf en er waren juristen bij betrokken.
Maar na de inval van Hamas op 7 oktober moest dat sneller. "We werden flink onder druk gezet van hogerhand: 'Vind meer doelen!', werd er geschreeuwd. 'We moeten koste wat kost Hamas raken. Doe al het mogelijke, bombardeer!'"


