Families gijzelaars vragen Internationaal Strafhof om Hamas-leiders te vervolgen
Familieleden van de Israëlische gijzelaars in de Gazastrook zijn woensdag naar Den Haag gekomen om het Internationaal Strafhof te vragen meer onderzoek te doen naar de misdaden die Hamas heeft gepleegd.
Zo'n honderd familieleden van gijzelaars, nabestaanden van slachtoffers en overlevenden van de aanval op 7 oktober kwamen naar het gebouw van het Internationaal Strafhof (ICC) om te protesteren.
Ze willen dat Hamas-leiders worden vervolgd voor "ontvoering, het nemen van gijzelaars, seksueel geweld, marteling en andere ernstige misdaden". Ze zijn naar het Strafhof gekomen om getuigenissen en andere informatie over de daden van Hamas-strijders te overhandigen.
Volgens Israël houdt Hamas nog ruim honderd mensen gegijzeld in de Gazastrook. In november werden tijdens een wapenstilstand van een week ongeveer honderd gijzelaars vrijgelaten in ruil voor Palestijnse gevangenen.
Zaak staat los van genocidezaak bij ICJ
Israël is zelf niet aangesloten bij het ICC, maar hoofdaanklager Karim Khan heeft laten weten dat het hof bevoegd is om alle oorlogsmisdaden die Hamas zou hebben gepleegd te onderzoeken.
Khan was eerder al in Israël, de Westelijke Jordaanoever en Egypte, waar hij ook de grensovergang bij Rafah bezocht. Khan benadrukte dat alle partijen zich aan het internationaal recht moeten houden.
De onderzoeken van het ICC staan los van de zaken bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ), dat ook in Den Haag is gevestigd. Daar heeft Zuid-Afrika Israël aangeklaagd voor het schenden van het genocideverdrag.

