De Amerikaanse minister Antony Blinken (Buitenlandse Zaken) heeft maandag tijdens een persconferentie in Kopenhagen gezegd dat hij nog geen Israëlisch bewijs heeft gezien dat aantoont dat Hamas opereerde in het mediagebouw in de Gazastrook dat zaterdag werd getroffen door een Israëlische raketaanval. Blinken zegt Israël te hebben gevraagd om een rechtvaardiging van de aanval.

Een gebouw in Gaza met kantoren van internationale media, waaronder Associated Press (AP) en Al Jazeera, werd zaterdag getroffen door een Israëlische raketaanval en stortte in. Vlak voor de inslag kregen de journalisten een waarschuwing en kon het gebouw geëvacueerd worden.

Blinken liet maandag tijdens de persconferentie weten kort na de aanval aanvullende details te hebben gevraagd over de rechtvaardiging van de raketaanval. De minister weigerde specifieke informatie te bespreken en zei dat hij het aan anderen overlaat om te bepalen of er informatie is gedeeld en hoe deze informatie te beoordelen. Wel zei hij zelf geen enkele informatie van Israël te hebben gezien.

Volgens de Israëlische luchtmacht was het pand een doelwit omdat er militair materieel van terreurgroep Hamas lag opgeslagen. Die beweging gebruikt de mediaorganisaties als menselijk schild, claimen de Israëliërs.

In een officiële reactie riep AP de Israëlische overheid op met bewijs te komen dat er militair materiaal van Hamas lag opgeslagen in het gebouw. "Het bureau van AP zit al vijftien jaar in dit gebouw. We hebben geen indicatie dat Hamas in het gebouw was of actief was in het gebouw. Dit is iets wat we naar ons beste vermogen en actief controleren. We zouden onze journalisten nooit willens en wetens in gevaar brengen", aldus de verklaring.

De hoofdredacteur van AP vroeg zondag om een onafhankelijk onderzoek naar de raketaanval. Volgens AP, Al Jazeera en andere media verdient het publiek het om de feiten te kennen.

Daarnaast heeft het in Parijs gestationeerde Reporters Without Borders het internationale gerechtshof in Den Haag gevraagd om de aanslagen mee te nemen in een onderzoek naar oorlogsmisdaden dat in maart werd geopend naar Israëlitische praktijken in de Palestijnse Gebieden.

Reporters Without Borders meldt in een brief aan de hoofdaanklager van de rechtbank dat de afgelopen zes dagen de kantoren van 23 internationale en lokale mediaorganisaties zijn vernietigd. De organisatie die onderzoek doet naar persvrijheid zegt te denken dat de aanvallen dienen om het vermogen van de media om het publiek te informeren te verminderen, zo niet te neutraliseren.

Conflict opgelaaid na mogelijke woninguitzettingen Palestijnse gezinnen

Het rommelt alweer weken enorm in Israël en de Palestijnse Gebieden. Joodse kolonisten eisten dat zestig Palestijnse gezinnen uit hun woningen worden gezet, wat leidde tot grootschalige protesten.

Sinds maandag vinden er ook raketaanvallen plaats van zowel Israël als de extremistische groepering Hamas. Het Israëlische leger richt zich in de aanvallen vooral op de stad Gaza, waar veel Palestijnen wonen. Hamas heeft meerdere Israëlische steden als doelwit.

Het Israëlische hooggerechtshof moet nog besluiten of de Joodse ultranationalistische organisaties in het gelijk worden gesteld in de zaak rond de woninguitzettingen.