De Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten hebben het recente geweld in Jeruzalem en de Gazastrook veroordeeld en eisen dat het ophoudt. Dagenlange protesten van Palestijnen in Jeruzalem tegen de uitzetting van gezinnen om plaats te maken voor Joodse kolonisten zijn uitgelopen op Palestijnse raketbeschietingen van Israël en Israëlische luchtaanvallen op de Gazastrook.

"Het lanceren van raketten vanuit de Gazastrook op de burgerbevolking in Israël is compleet onaanvaardbaar en leidt tot escalatie. Alle leiders hebben de verantwoordelijkheid om op te treden tegen extremisten", aldus EU-woordvoerder Josep Borrell in een verklaring. "Wij herhalen onze oproep aan beide partijen tot de-escalatie van de situatie. Verdere burgerslachtoffers moeten worden vermeden."

Ook de Amerikaanse buitenlandminister Antony Blinken heeft beide kanten ertoe opgeroepen te stoppen met de aanvallen. "Ik ben erg bezorgd over de raketaanvallen", zei hij. "Alle partijen moeten maatregelen nemen met het oog op de-escalatie en om spanningen te verminderen."

De Palestijnse Hamas-beweging, die de Gazastrook controleert, had Israël maandag een ultimatum gesteld: als het land de veiligheidstroepen en kolonisten niet zou weghalen uit een Arabische wijk in Jeruzalem, zou Hamas in de aanval gaan. Inmiddels heeft de groepering naar eigen zeggen ruim honderd raketten afgeschoten.

Onrust in Jeruzalem escaleert, Israël en Hamas vuren raketten af
93
Onrust in Jeruzalem escaleert, Israël en Hamas vuren raketten af

Tientallen Palestijnen zijn al omgekomen

Israël zegt drie leden van Hamas te hebben gedood. Volgens het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid kwamen in het noorden van de Gazastrook twintig mensen om het leven, onder wie negen kinderen. Over Israëlische slachtoffers door Palestijnse raketten is nog niets bekend.

Israël vierde maandag ook Jeruzalemdag, een jaarlijkse feestdag waarop wordt stilgestaan bij de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967. De autoriteiten hadden om verdere onrust te voorkomen al besloten dat Joodse groepen niet naar de omgeving van de Al Aqsa-moskee op de Tempelberg mochten komen.