Unesco heeft zaterdag het Palestijnse dorp Battir op de lijst van bedreigd werelderfgoed geplaatst. 

Inwoners hopen dat door de plaatsing op de lijst de afscheiding die Israël op de Westelijke Jordaanoever bouwt niet in de buurt van het dorp komt te liggen.

Battir ligt ten zuiden van Jeruzalem en is vooral bekend om de terrassen waar landbouw wordt bedreven en het irrigatiesysteem uit de Romeinse tijd.

Volgens Unesco dreigt het dorp onherstelbaar beschadigd te raken. Ook wijst de VN-organisatie erop dat de 'start van de bouw van een scheidingsmuur boeren kan afsnijden van de velden die ze al eeuwen cultiveren'.

Rechtzaak

Israël begon meer dan tien jaar geleden met de bouw van de afscheiding op de Westelijke Jordaanoever. De regering voert aan dat de muur noodzakelijk is om Palestijnse militanten buiten de deur te houden. De Palestijnen echter zeggen dat Israël met de bouw van de afscheiding grote stukken land afpakt van de Palestijnen. Inmiddels zou zo tien procent van de Westelijke Jordaanoever in handen van Israël zijn gekomen.

Waar de afscheidingsmuur precies wordt gebouwd is onderwerp van een rechtszaak die nu bij het Israëlische hooggerechtshof ligt. De advocaat van de inwoners van Battir zei te hopen dat de erkenning door Unesco ervoor zorgt dat de rechter in het voordeel van de dorpsbewoners beslist.