Israël en de Palestijnen geven elkaar 9 maanden de tijd om tot een tweestatenoplossing te komen in het Midden-Oosten.

Het Koning David-hotel in Jeruzalem is sinds woensdag het toneel van de zoveelste poging het slepende conflict vlot te trekken. Dat moet voorlopig in stilte gebeuren om het aftasten van elkaars positie niet door opinies in de buitenwereld te laten frustreren, zo stelt The Jerusalem Post.

Waarnemers zijn niet positief over de uitkomst van de vredesbesprekingen. "De overlevingskansen zijn in elk geval minimaal", voorspelt een zegsman van het Instituut Clingendael, moedeloos geworden van de rituele vredesdans, waarbij alle opties en mogelijkheden door de jaren heen zijn besproken.

De wil om tot een oplossing te komen, ontbreekt volgens Clingendael bij beide partijen. Talloze keren zaten Israëlische en Palestijnen leiders bijeen, zonder enige vooruitgang. De kolonisten hebben een te grote invloed op de Israëlische regering, Hamas heeft door zijn machtspositie in Gaza voldoende mogelijkheden om een positief resultaat te torpederen.

Vergeefs

De Israëlische defensieminister Moshe Ya'alon is uitgesproken over zijn pessimisme rond een succesvolle geboorte na 9 maanden onderhandelen.

Volgens hem wordt sinds de akkoorden van Oslo 20 jaar vergeefs gesproken over een Palestijnse staat in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem. "We zullen het niettemin weer een keer proberen", zei Ya'alon woensdag tegen Israëlische media.

John Kerry

Beide kampen hebben er 3 jaar over gedaan terug te keren naar de onderhandelingstafel. Dat is de verdienste van John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken die in opdracht van president Barack Obama probeert uit de impasse te komen.

Obama wil het Witte Huis niet verlaten zonder tenminste een politiek succesje in de Midden-Oostenconflict te hebben geboekt.

En ook de Europese Unie heeft de duimschroeven aangedraaid. Producten die vanuit de bezette gebieden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever naar Europa worden geëxporteerd, mogen niet meer worden aangeduid alsof ze uit Israël komen. Dat is voor Israël een behoorlijke economische tegenvaller, aangezien er niet veel afnemers zijn voor de exportproducten.

Gevangenen

Israël heeft daarom woensdag voldaan aan zijn belofte voorlopig 26 van 104 gevangen Palestijnen vrij te laten. Gedurende de onderhandelingen zullen ook de overige gevangenen worden vrijgelaten, tot ergernis van de Israëlische bevolking, die deze Palestijnen als terroristen bestempelt.

Vrijwel gelijktijdig met dit gebaar zet Israël ook de bouw van nieuwe nederzettingen buiten Oost-Jeruzalem voort. Inmiddels wonen meer dan een 550.000 oorspronkelijke bewoners van de joodse staat buiten de kaart van Israël, zoals die in 1967 is getekend en als uitgangspunt geldt voor de vredesonderhandelingen. Zij bezetten gebieden op de westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem.

Overal in het Palestijnse gebied zijn joodse nederzettingen opgetrokken. Het is nauwelijks denkbaar dat Israël die vooruitgeschoven posten zal willen opgeven.

Internationale druk

Aan de andere kant staat Israël onder grote internationale druk om nu eindelijk concessies te doen. De Palestijnen in de vluchtelingenkampen  kunnen nauwelijks een bestaan opbouwen. Zonder een eigen Palestijnse staat zal het probleem op den duur alleen maar verergeren.

De Amerikanen zijn als één van de weinigen opgetogen over het begin van de onderhandelingen en over de kansen op resultaat. "We zijn ervan overtuigd dat beide partijen oprecht zijn in hun streven tot een oplossing te komen", liet woordvoerster Marie Harf woensdag namens John Kerry weten.