Plácido Domingo, die van seksueel misbruik wordt beschuldigd, zegt dat hij er alles aan wil doen om zijn naam te zuiveren. De 79-jarige Spaanse operazanger besloot hiertoe nadat hij genas van COVID-19.

"Ik ben veranderd", vertelt Domingo in gesprek met La Repubblica. "Ik ben niet bang meer. Toen ik eind maart ontdekte dat ik was besmet met het coronavirus, heb ik mezelf beloofd dat wanneer ik het overleefde, ik er alles aan zou doen om mijn naam te zuiveren."

De operazanger, die deel uitmaakt van de Drie Tenoren, benadrukt nogmaals nooit iemand te hebben misbruikt. "Dat blijf ik herhalen zolang als ik leef."

Domingo kwam eind 2019 in opspraak nadat anonieme bronnen hem van seksueel misbruik beschuldigden. Hij trok zich terug uit alle geplande voorstellingen van de Metropolitan Opera in New York en nam ontslag bij de Los Angeles Opera.

'Aantijgingen waren pijnlijker dan virus'

"De aantijgingen hebben me meer pijn gedaan dan het virus", zegt hij in gesprek met de Italiaanse krant. Na zijn ziekenhuisopname - de Spanjaard liep het coronavirus op in Mexico - heeft Domingo thuis tijd doorgebracht met zijn familie en kon hij reflecteren op de afgelopen periode.

"Nu voel ik dat het tijd is om weer terug te gaan naar het normale leven", zegt hij. Maar dat is niet makkelijk, vindt de artiest. "Onze levens zijn veranderd. En het is voor mij nog moeilijker, wegens de beschuldigingen aan mijn adres."

Nadat Domingo in opspraak kwam, betuigde hij de vermeende slachtoffers spijt, al ontkende hij met opzet mensen pijn te hebben gedaan. "Ik weet wat ik niet heb gedaan en zal het ook opnieuw ontkennen. Ik heb me nooit agressief gedragen tegenover wie dan ook en heb nooit geprobeerd iemands carrière te belemmeren", zei de zanger destijds tegen AFP.

Onderzoek van zijn oud-werkgever Los Angeles Opera concludeerde dat de tien aanklachten tegen de operazanger geloofwaardig zijn. Domingo werkte hieraan mee en heeft hierbij steeds volgehouden dat alle contacten met de vrouwen met wederzijdse instemming plaatsvonden. De onderzoekers vonden zijn ontkenning van wangedrag "oprecht, maar niet in alle gevallen geloofwaardig".