Journalisten, experts, wetenschappers, vloggers en anderen die een bijdrage leveren aan het publieke debat, kunnen vaak rekenen op intimidatie of agressie. Dit concludeert het College voor de Rechten van de Mens. De overheid en online platforms moet de veiligheid van deze mensen beter bewaken, stelt het college.

Dit is te lezen in de Jaarlijkse rapportage over mensenrechten in Nederland 2021 van het College voor de Rechten van de Mens. Voorzitter Jacobine Geel van het college reikt de rapportage donderdagmiddag in Den Haag uit aan mediastaatssecretaris Gunay Uslu. Het College rapporteert jaarlijks over de mensenrechtensituatie in Nederland en wijdt de jaarrapportage 2021 aan het thema vrijheid van meningsuiting.

"De vrijheid van meningsuiting staat ontegenzeggelijk onder druk", zegt voorzitter Jacobine Geel van het College voor de Rechten van de Mens. "We zien een trend waarin debat steeds vaker plaatsmaakt voor online en offline scheldpartijen, verwensingen en (doods)bedreigingen, of zelfs fysiek geweld. Journalisten, maar ook experts, wetenschappers, vloggers en bloggers, columnisten en politici hebben hier in toenemende mate mee te maken. Dit heeft gevolgen voor ons allemaal."

Vrouwen vaker het doelwit

De coronapandemie en de frustratie en verdeeldheid over de maatregelen die de overheid nam om de verspreiding van het virus tegen te gaan, hebben een grote rol gespeeld in de toename van het aantal incidenten, stelt het college.

Voorbeelden zijn bewindslieden die thuis worden opgezocht, de veelvuldig bedreigde viroloog Marion Koopmans die een mediaoptreden moest afzeggen vanwege veiligheidsrisico's en het absolute dieptepunt: de moord op Peter R. de Vries, vorig jaar.

Geel zegt dat persoonskenmerken, zoals gender, genderidentiteit, seksuele gerichtheid, etnische identiteit en godsdienst het risico op agressie en intimidatie verhogen. "Met name vrouwen die zich uiten via (sociale) media zijn extra vaak doelwit. Zij krijgen te maken gendergerelateerd geweld, waaronder seksistische en vernederende opmerkingen, intimidatie, en bedreigingen met seksueel geweld."

Overheid en online platforms zijn aan zet

Het college doet een aantal aanbevelingen in het rapport. Zo staan agressie en intimidatie jegens journalisten en politici hoog op de politieke agenda, maar voor andere media-actoren zoals wetenschappers en andere experts moet beleid worden ontwikkeld.

Ook is er winst te boeken op het terrein van wetgeving, bijvoorbeeld waar het gaat om het afschermen van persoonsgegevens in het Handelsregister en de strafbaarstelling van doxing, het online verspreiden van adresgegevens zonder toestemming. Het is volgens het college belangrijk dat de regering deze wetgevingsprocessen doorzet.

Het college noemt als actiepunt het aanstellen van één centraal bewindspersoon die verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling van een kabinetsbrede en integrale aanpak.

Daarnaast zouden online platforms als Meta (voorheen Facebook) en Twitter bepaalde strafbare uitlatingen, zoals haatzaaien en oproepen tot geweld, moeten aanpakken. "Omdat berichten zich online heel snel kunnen verspreiden onder een breed publiek, neemt de druk op online platforms toe om strafbare of schadelijke uitingen al weg te filteren voordat deze verspreid kunnen worden."