Het persbureau is een monument binnen de Nederlandse nieuwsvoorziening, bestaat al sinds 1934 en levert zijn diensten aan zo'n beetje ieder groot nieuwsmedium in ons land.

Oomen, die zijn vermogen van 900 miljoen euro onder andere door flitshandel opbouwde, zag het gevaar van nepnieuws na de verkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump in 2016.

"Hij loog over dingen die iedereen op beeld kon zien. Dezelfde ontkenning van de werkelijkheid zie je in Nederland ook. Zo'n meneer Baudet doet hetzelfde. Ik vind de vrijheid die men zich in onze democratie permitteert, soms veel te ver gaan", aldus Oomen.

"Vrijheid van meningsuiting mag een groot goed heten, het is in zekere zin ook gevaarlijk; het brengt instabiliteit in een samenleving. Onder invloed van sociale media bekeren mensen zich tot de gekste ideeën"

Om zijn mening te onderbouwen wijst Oomen op het voorbeeld van de beweging Viruswaarheid. "Ik ken 'antivaxxers', aan wie ik probeer uit te leggen hoe asociaal het is om je niet tegen corona te laten vaccineren. Zo draag je bij aan de mogelijkheid dat het virus zich verspreidt en muteert. Je mag het eigenlijk niet zeggen, maar als je je niet laat vaccineren, vind ik dat je niet langer het recht hebt om voorrang te krijgen op de reguliere zorg van wie dan ook. Ik vind dat we die discussie moeten openen. Het moet een keer klaar zijn."

'Dat had een andere onderneming nooit gedaan'

In maart 2018 werd het ANP door De Mols Talpa gekocht. Ook De Mol zei destijds dat hij tegen 'fake nieuws' ging strijden en wilde daarnaast met zijn onderneming een vuist maken tegen internationale partijen als Facebook en Google. Ruim drie jaar later lijkt De Mol die missie echter niet meer zo urgent te vinden.

"Het ANP is een prachtig bedrijf, maar de synergie met Talpa Network is vanwege onze focusverlegging afgenomen. Ik ben verheugd dat het ANP met Chris Oomen een uitstekende nieuwe eigenaar krijgt voor de lange termijn", liet De Mol na de overname weten.

Oomen zegt tegen de Volkskrant dat hij iets meer voor het ANP heeft betaald dan gepland. "Ik heb een bod gedaan dat de economische waarde vertegenwoordigde, maar De Mol had zelf een strategische waarde betaald, omdat hij het destijds graag wilde hebben. Ik ben ergens in het midden gaan zitten, misschien ietsje meer aan zijn kant. Dat had een andere onderneming nooit gedaan."