De Britse mediawaakhond Ofcom heeft donderdag de uitzendlicentie ingetrokken van de Engelstalige Chinese staatsomroep CGTN. Volgens de Britten bepaalt de Chinese Communistische Partij de inhoud van het kanaal en dat is tegen de regels.

Het is een volgende stap in het steekspel tussen Londen en Peking. De twee landen liggen al maanden overhoop vanwege de situatie in Hongkong, gesteggel over het 5G-netwerk van Huawei en de onderdrukking van de Oeigoeren in de Chinese provincie Sinkiang.

De Chinese nieuwszender CGTN werd in 1997 opgericht en is wereldwijd in meer dan honderd landen actief. De zender is een verlengstuk van staatszender CTV en op het kanaal wordt overwegend positief gesproken over de Chinese regering en de Communistische Partij. De inhoud wordt volgens Ofcom gecontroleerd door de regering.

De vergunning in het Verenigd Koninkrijk was in handen van Star China Media Limited, dat slechts als distributeur optrad en zelf geen invloed had op de redactionele content. Volgens Ofcom mogen licentiehouders echter niet onder controle staan van politieke groeperingen. Een poging van CGTN om de vergunning onder te brengen bij een ander bedrijf strandde ook.

In 2012 werd om dezelfde reden de licentie ingetrokken van het Engelstalige Iraanse kanaal Press TV.

Ofcom tikte CGTN eerder op de vingers

Ofcom oordeelde eerder al dat CGTN zich niet hield aan de Britse mediacode tijdens het verslag doen van de protesten in Hongkong. Volgens de waakhond was de zender partijdig en werden privacyregels geschonden.

CGTN betreurt de beslissing van Ofcom en zegt dat het zich aan de regels houdt. De verwachting is dat China met represailles zal komen na de beslissing van Ofcom.

Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken beschuldigde de BBC in Peking donderdag al van het brengen van nepnieuws over de coronapandemie in het land en eiste excuses. De BBC weigerde dit.