De Raad voor de Journalistiek vindt het jammer dat omroep BNNVARA dinsdagochtend heeft gemeld de raad niet meer te erkennen. De raad en de omroep liggen in de clinch vanwege een uitzending van het BNNVARA-programma Zembla over het storten van granuliet in een natuurplas door het bedrijf Bontrup.

Frits van Exter, voorzitter van de raad, laat in een schriftelijke reactie weten open te staan voor een overleg over eventuele aanpassingen in de werkwijze van de raad, waardoor een samenwerking met BNNVARA weer mogelijk is.

"De raad voert dat gesprek graag. Hij verwelkomt kritiek in het besef dat media en publiek baat hebben bij een goede, onafhankelijke en laagdrempelige beoordeling van klachten over journalistieke zorgvuldigheid, waarbij verschillende belangen worden gewogen."

Wel zegt Van Exter het jammer te vinden dat BNNVARA zo'n overleg pas wil voeren nadat de omroep heeft aangegeven de raad niet langer te erkennen. De raad laat daarnaast weten dat het in alle zorgvuldigheid tot zijn conclusie is gekomen.

Waar gaat het geschil over?

  • Zembla meldde dat de top van Rijkswaterstaat eind 2019 het Amsterdamse bouwbedrijf Bontrup heeft toegestaan duizenden tonnen afvalstoffen in een natuurplas in Gelderland te dumpen.
  • Volgens de raad werd Bontrup in de uitzending van strafbare feiten beschuldigd en werd dit onvoldoende genuanceerd. Ook kreeg Bontrup volgens de raad niet genoeg ruimte om te reageren.
  • De Zembla-redactie zegt voldoende wederhoor gepleegd te hebben.

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instantie, waar mensen terechtkunnen met klachten over journalistieke activiteiten, die naar het oordeel van de klager niet goed zijn uitgevoerd door het desbetreffende medium.

De raad kan alleen een oordeel geven, maar geen sancties opleggen zoals een beroepsverbod.