Het organiseren van het Junior Eurovisie Songfestival was dit jaar door de coronacrisis complexer en lastiger dan ooit. "We keken naar oplossingen", aldus songfestivalbaas Martin Österdahl tijdens een persconferentie aan de vooravond van de achttiende editie van de junior-variant.

De European Broadcasting Union (EBU) en de Poolse organiserende omroep TVP focusten zich vooral op wat wel kon. "We keken naar oplossingen. Veel mensen moesten daardoor extra werk leveren."

"Sommigen moesten dubbel zoveel werken of misschien wel drie keer zoveel als normaal. Dat geldt vooral voor de mensen van TVP maar ook voor alle deelnemende omroepen uit de overige landen", aldus Österdahl.

Het Junior Eurovisie Songfestival, dat dit jaar plaatsheeft in Polen, is Österdahls eerste als 'executive supervisor' na het vertrek van Jon Ola Sand. Uitdagingen als dit jaar zorgen volgens de Zweed ook voor nieuwe kansen. "Dat gaan we zondag ook zien: een groep jonge mensen die hun droom levend hielden", zei hij.

"Door technologie van het hoogste niveau kunnen we toch bij elkaar zijn ondanks dat er beperkingen zijn. Het wordt daarom een heel bijzondere show, die waarschijnlijk nog lang herinnerd zal worden. Deze show laat de echte spirit van Eurovision zien. Het laat zien dat we veerkrachtig kunnen zijn, innovatief en goed samen kunnen werken."

Door de coronacrisis treden alle twaalf artiesten zondag in de finale op vanuit hun eigen land. Ook is er geen publiek bij de show aanwezig. Namens Nederland doet meidengroep UNITY mee. De stembussen zijn sinds vrijdagavond al open. Ook kan er, anders dan bij het grote songfestival, op het eigen land gestemd worden.