Remco van Westerloo was het afgelopen jaar netmanager van NPO1 en zal die functie ook de komende twee jaar bekleden. In gesprek met NU.nl vertelt hij onder meer hoe corona plannen dwarsboomt en dat Maurice de Hond in Op1 coronamaatregelen kon opperen voordat het RIVM ermee aan de slag ging.

Je begon afgelopen juli met allerlei grote plannen en kreeg begin maart door corona het deksel op de neus.

"Dat was een domper. We keken uit naar grote evenementen zoals het Songfestival, The Passion en allerlei sportevenementen. Een voor een vielen de pionnetjes van het bord. We moesten doorschakelen, maar dat was ook mooi om mee te maken. Er stonden direct allerlei omroepen met mooie ideeën klaar waar we een beroep op konden doen."

"De commerciële zenders moesten noodgedwongen een toontje lager zingen, terwijl wij er echt moesten staan. We zeiden daarom tegen elkaar: 'Budgetten zijn belangrijk, maar we zien later wel hoe we daar gaan uitkomen. We gaan nu alles wat we noodzakelijk achten ook uitvoeren.' We hebben toen bijvoorbeeld de frequentie van de actualiteitenprogramma's verhoogd. Op1 ook in het weekend, Goedemorgen Nederland op zaterdag en elke dag EenVandaag. Daar was ook behoefte aan, dat zagen we direct terug."

Welke invloed heeft corona op de programmering van 2021?

"Er zijn een aantal dingen uitgesteld, maar we hebben relatief weinig grote studioshows die afhankelijk zijn van publiek. Wat dat betreft kunnen we dans redelijk ontspringen.

Het nieuwe programma van Matthijs van Nieuwkerk moet in januari te zien zijn. Hoe zorg je ervoor dat hij daar een succes van maakt?

"Ik speel daar een bescheiden rol in, dat bespreekt hij vooral met BNNVARA. In zijn algemeenheid kun je stellen dat je als presentator altijd dicht bij jezelf moet blijven. Volgens mij hoef je hem dat niet te vertellen, daar ligt ook zijn kracht. Hij zal altijd dat doen waar hij voor de volle 100 procent in gelooft. Matthijs heeft daarnaast de inhoudelijke ambitie om onderwerpen uit kunst of cultuur, die over het algemeen niet heel toegankelijk zijn, juist wel toegankelijk te maken voor een breed publiek."

Waar moet hij aan voldoen om die plek op de zaterdagavond te behouden?

"Ik laat me niet verleiden tot uitspraken over kijkcijfers. Er spelen veel factoren een rol. Welke programma's worden er bijvoorbeeld om hem heen geprogrammeerd? De verwachtingen voor de zaterdagavond zijn altijd hoog. We doen het goed op die avond. We bereiken verschillende doelgroepen en willen graag de hele familie voor de buis hebben. Dat is een beetje een 'all or nothing'-spel: je ziet in het weekend dat de kijkers vaak kiezen voor één net."

Wil jij nieuwe programma's de tijd geven om zich te ontwikkelen of vind je het belangrijk om strakke voorwaarden te hanteren?

"Dat hangt ervan af. Ik denk dat het goed is programma's de tijd te geven, dat kunnen we ons ook permitteren als NPO zijnde. Maar als een programma te lang de publieke waarde niet dient of als er te weinig mensen naar kijken, is het verstandig de bittere pil te slikken en een nieuwe initiatief de tijd te geven. We hebben te maken met een gigantisch aanbod aan programma's, maar hebben maar beperkte ruimte. Bij ieder tijdslot hebben we tien tot vijftien echt goede alternatieven."

Wat is de toverformule om uit dat aanbod de juiste keuze te maken?

"Die is er niet. Het is geen exacte wetenschap. Ik probeer een goede mix te waarborgen tussen verschillende genres, zoals informatie, cultuur en educatie maar ook ontspanning, vermaak, ontroering en humor. En ik probeer zowel horizontaal als ook verticaal door te programmeren. Dat is een trucje dat je bij de commerciële zenders krijgt ingeprent. Je moet kijken naar de omgeving en het gevoel van de avond. Wie kijkt er en hoe kun je programmeren om de kijker zo lang mogelijk vast te houden?"

Op1 heeft bewezen dat het eigenlijk niet uitmaakt wie je op de presentatiestoel zet, als de redactie het inhoudelijk maar voor elkaar krijgt.

"Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Op1 heeft wat mij betreft vooral aangetoond dat de publieke omroep gigantisch veel presentatietalent bezit om die stoelen te bezetten. Dat bewijst ook de kracht van het omroepbestel."

Een 'verrassing' lijkt me een understatement. Niemand gaf toch een stuiver voor dit concept?

"Ik zag het niet als kansloze wedstrijd. Omdat ik wist over hoeveel talent we beschikken en dat - daar heb je gelijk in - een goede redactie het halve werk is. We zijn destijds daarom als een gek bezig geweest de Pauw-redactie zoveel mogelijk te behouden. Het heeft me verrast dat we zo goed uit de startblokken zijn gekomen en dat we eigenlijk niet meer hebben omgekeken. Maar ik had nooit het gevoel dat het experiment na een half jaar gedoemd zou zijn. Al is het makkelijk om dat achteraf te zeggen.

Toen televisiedeskundige Bert van der Veer aanwezig was bij een van onze pilotopnames, zei hij: 'Wat hebben jullie nu bedacht? Dit is het gekste idee ooit.' Ik zei tegen Bert dat die uitspraak eens te meer zou gaan bewijzen dat niemand echt kan voorspellen of een programma succesvol wordt. Dat is ook zo leuk aan ons vak."

Hoe groot is de invloed van televisiedeskundigen en recensenten op dit moment?

"Dat is iets van alle tijden, maar wordt de laatste tijd vooral aan de kant van de makers en zenders wat intensiever beleefd. Het internet is een gigantische echoput. Iedereen met een mening aarzelt niet om die ongenuanceerd te uiten. Dat creëert een eigen dynamiek. Aan de ene kant is het fijn dat dat wat wij doen serieus wordt genomen en mensen daar een mening over hebben. Van de andere kant wordt er ook een hoop onzin uitgekraamd en ook heel snel voorbarige conclusies getrokken."

Vind je het huidige kijkcijferbeleid nog van deze tijd?

"Het wordt steeds belangrijker om een breed scala te meten: hoeveel wordt er uitgesteld gekeken, op welke platformen worden gekeken? Televisie is meer dan een lineaire uiting. En hoe meer informatie er wordt verzameld en kenbaar gemaakt, des te makkelijker het is om een goed oordeel te vormen over audiovisuele producties. Tegelijkertijd is lineaire televisie nog steeds dominant. Ik vind het niet verkeerd dat het nog op de huidige manier wordt gemeten."

Vooral als je dagelijks in de top drie staat.

"Daar moet je ook voor oppassen, want dat kan lui maken. Je moet naar het geheel kijken, niet alleen naar de top. We zijn de afgelopen drie jaar alleen maar gegroeid en het afgelopen half jaar waren we groter dan de twee jaar daarvoor. In alle groepen. Dat heeft ook te maken met een bijna onverzadigbare behoefte aan betrouwbare informatie tijdens de coronacrisis."

Hoe verhoudt het waarborgen van die betrouwbaarheid zich tot discussies over de invloed van mensen als Ab Osterhaus en Maurice de Hond in programma's als Op 1?

"Wij, de NPO-organisatie, gaan niet over de inhoud, daarmee is de vraag eigenlijk al beantwoord. We zitten in een pluriform bestel met allerlei omroepen die bijdragen aan een behoorlijk gevarieerd debat over dit soort zaken. Ik ga er ook vanuit dat de redacties van de actualiteitenrubrieken hun betrouwbaarheid constant blijven toetsen.

Maurice heeft steen en been geklaagd dat hij te weinig podium kreeg in Op1, maar tegelijkertijd kreeg hij dat wel. En hij heeft op een aantal punten, naar nu blijkt, gelijk gekregen. De wetenschap ondersteunt hem nu breder, bijvoorbeeld als het gaat om het belang van ventilatie. Dat is een boodschap die hij al in Op1 kwijt kon, voordat het RIVM ermee aan de slag ging. Een redactie is altijd bezig de ergste onzin eruit te filteren en daar geen podium aan te geven, aan de andere kant moet je ruimte voor andersdenkenden creëren zodat het debat in balans blijft."

Heeft de NPO met het Racismedebat 2020 niet zijn functie overschat als het gaat om andersdenkenden een podium te geven?

"Het is een ingewikkeld dossier. Onze rol is vooral om verbindend te zijn."

Wat niet echt is gelukt.

"Dat weet ik niet, ik denk dat het eerlijk gezegd wel meevalt. Brede, maatschappelijke processen verlopen nu eenmaal niet altijd vlekkeloos. Dat we niet altijd de juiste toon zullen raken is een gegeven, maar dat we zo'n debat organiseren is wel belangrijk en bovendien onze wettelijke taak. Je kunt niet iedereen aan alle kanten van het debat tevreden stellen, je moet een goede middenweg vinden. Tegelijkertijd moet je niet te spastisch doen over de kritiek die je kunt krijgen. Dit zijn de grote debatten van onze tijd."