Koos Postema vertelt in de podcast Een jongen in de oorlog over zijn jeugdjaren tijdens de Tweede Oorlog. "Of er nou oorlog is of een virus, kinderen blijven altijd spelen", aldus de voormalige radio- en televisiepresentator.

De podcast kwam tot stand met hulp van Dick Klees, die al sinds 1969 voor de radio werkt en onder meer eindredacteur van het radioprogramma Met het Oog op Morgen was.

In de vijfdelige serie van NTR neemt de 87-jarige Postema, die onder meer de programma's Langs de Lijn en Klasgenoten presenteerde, de luisteraar mee naar de periode vanaf het bombardement van Rotterdam tot en met de bevrijding van Nederland.

U bent een van de oudste podcastmakers van Nederland.

(Postema lacht hard, red.)

Hoe vindt u dat?

"Ik moet je zeggen dat ik er amper verstand van heb. Toen ik thuis vertelde dat ik deze podcast ging maken, waren vooral mijn kleinkinderen heel enthousiast. 'Oh wat fijn, ga je een podcast maken?' Ik volg het nu wel een beetje en wat blijkt nou, die podcast is vooral populair bij jonge mensen. Ik begrijp dat wel. Die bepalen zelf wanneer ze zin hebben om ergens naar te luisteren. En niet omdat het in de radiogids staat."

Waar gaat de podcast over?

"De podcast heet Een jongen in de oorlog en die jongen ben ik. Toen ik zeven jaar was, in mei 1940, werd ik samen met een paar honderdduizend andere Rotterdammers het huis uit gebombardeerd. Dat was een verschrikkelijke ervaring. Ons huis stond in brand en het was volkomen onverwacht. We hadden geen idee dat zoiets zou gebeuren. De meeste Rotterdammers wisten niet eens dat er bij de Maasbruggen gevochten werd tegen de Duitsers."

"De nieuwsvoorziening was destijds hopeloos. Radioverslaggevers zeiden dat we vooral kalm, rustig en thuis moesten blijven. Nou, om 13.15 uur werden we ons huis uit gebombardeerd. Direct daarna zijn we gevlucht. Met die gebeurtenis begint de podcast. Daarna vertel ik hoe het verder ging met die jongen en zijn twee zusjes, zijn broer en zijn moeder."

En hoe ging dat?

"Mijn moeder was op jonge leeftijd weduwe geworden. Mijn vader was trambestuurder en al ver voor de oorlog overleden. Zij had maar een klein pensioentje om al die kinderen te voeden. We zijn eerst gaan zwerven langs de zussen en andere familieleden van mijn moeder. In het najaar kregen we een tip dat er in Vlaardingen een nieuwe wijk was gebouwd, waar we een huis konden huren. Daar hebben we gedurende de oorlog gewoond. Ik vertel in de podcast hoe het daar was als kind. Hoe mijn schooltijd soms werd opgeschrikt door verdwaalde brandbommen uit een Engels vliegtuig."

"En in 1944 kwam de Hongerwinter. Het heeft een haar gescheeld of mijn zusje en ik zouden zijn omgekomen van de honger. We lagen doodziek op bed en hadden eigenlijk geen toekomst meer. Een huisarts bracht ons op een cruciaal moment rijst en daardoor werd ik tijdelijk wat steviger. Mijn broer was ondertussen naar de Achterhoek gefietst om eten te halen bij een bevriende boer. Toen hij terugkwam, trof hij ons vermagerd aan, maar door zijn eten heeft hij ons op het nippertje gered."

“Je droeg als kind een hoop geheimen met je mee.”
Koos Postema

Veel mensen zien hun leven op dit moment beperkt worden door de maatregelen in de strijd tegen het coronavirus. Kan deze podcast helpen om hun ongemak te relativeren?

"Ik denk dat ik vooral overeenkomsten zie tussen de kinderen in de Tweede Wereldoorlog en de kinderen van nu; die spelen namelijk altijd. Wij hebben destijds meegemaakt hoe het is als je telkens plotseling wordt binnengeroepen, dat je sommige dingen niet mocht zeggen op straat en dat men niet mocht weten dat je naar de BBC luisterde. Je droeg als kind dus een hoop geheimen met je mee."

"Aan de andere kant ging je toch gewoon weer voetballen op straat, totdat letterlijk alle ballen op waren. We hebben zelfs in de dakgoten gezocht naar verdwaalde tennisballen tot we niks meer vonden. Maar dan vermaakten we ons wel weer met stenen of stokken. Het waren rare jaren."

Was het moeilijk om de Duitsers te kunnen vergeven na de oorlog?

"Ja. Als jonge man ben ik toch wel heel lang anti-Duits geweest. Je ging er ook niet naartoe, ook niet op vakantie. Dat deugde niet. Maar ja, tijden veranderen. Ik heb over dat bombardement een boekje geschreven. Dat is in 1980 uitgekomen bij mijn vriend Thomas Rap en door de gemeente Rotterdam aangekocht. In de grote schouwburgzaal van de Doelen hebben ze toen tweeduizend mensen uitgenodigd die het bombardement van 1940 hebben meegemaakt."

"Daar sprak toen ook de toenmalige Duitse bondskanselier Willy Brandt. Dat was een prachtige man die een prachtige toespraak hield. De Duitsers die na de oorlog zijn geboren, hebben natuurlijk niets te maken gehad met de grote misdaden. Die hebben geen zes miljoen Joden vermoord. Dus dat anti-Duitse gevoel ging op een gegeven moment wel weg. Dat moet ook."