Jeroen Krabbé overwoog kortstondig te stoppen met het maken van zijn nieuwe serie Krabbé op zoek naar Chagall. "Er zijn dagen geweest waarop ik niet wist wat ik ermee aan moest", zegt Krabbé tegen NU.nl.

Op dinsdagavond wordt de eerste aflevering van de vierde reeks van Krabbé op zoek naar… uitgezonden. In eerdere seizoenen deed de 75-jarige acteur en presentator al onderzoek naar de kunstschilders Vincent van Gogh, Pablo Picasso en Paul Gauguin.

Krabbé bestudeerde Chagall een jaar lang en beleefde dagen waarop hij het niet meer zag zitten. "Ik dacht: Ik stop ermee. Ik weet niet wat ik ermee aan moet. Het gaat me niet lukken. Ik vind het zwaar. Maar dan komt het enthousiasme in mij naar boven en denk ik: Wat bijzonder hoe hij op deze tegenslag reageert en wat een mooie gedachten heeft hij over een bepaald onderwerp. Dan trek ik mezelf eruit, alsof ik mezelf moet overtuigen."

'Ga niet lopen zeiken'

Daarnaast, zegt Krabbé, heeft hij zich in zijn tijd als toneelacteur een ijzeren discipline aangeleerd. "Op zulke dagen denk ik ook: Luister eens, er zijn vier of vijf mensen afhankelijk van mij. Doorzetten! Als je ergens ja op zegt dan doe je het, dan ga je niet lopen zeiken."

Chagall is weliswaar al de vierde kunstenaar die centraal staat in het programma van Krabbé, maar dat zegt niets over de waardering die hij voor de kunstenaar heeft.

"Ik heb nog veel meer lievelingen. Ik kan zo nog zes nieuwe series maken, maar dan moeten de kunstenaars in kwestie me wel echt interesseren. Anders wordt het werk en dat moet het niet zijn. De eerste reeks over Vincent van Gogh werd mij aangeboden. Dat wilde ik alleen doen als het op mijn manier mocht. Ik wilde niet de geijkte paden bewandelen en dat vond AVROTROS goed."

Die serie werd succesvol, waarna Krabbé besloot zich op Pablo Picasso te storten. "Dat was ingewikkeld, omdat hij nogal een ingewikkeld leven heeft geleid. Er waren acht afleveringen en ik had het idee iedere keer een vrouw uit Picasso's leven centraal te stellen. Hij wisselde nogal vaak van vrouw en veranderde daarbij ook iedere keer van stijl. Gauguin wilde ik vervolgens heel graag doen, omdat hij veel raakvlakken heeft met Van Gogh. En Chagall heb ik gekozen, omdat het mijn jeugdheld was toen ik een jaar of vijf was."