De ombudsman van de NPO heeft na onderzoek geconcludeerd dat in de BNNVARA-documentaire Onze jongens op Java van Coen Verbraak geen "onjuiste en manipulatieve dodencijfers" zijn gebruikt. De Federatie Indische Nederlanders (FIN) diende eind december een klacht in omdat in de vierdelige reeks een "significant lager aantal Nederlandse dodelijke slachtoffers wordt genoemd dan er in werkelijkheid vielen".

In de eerste aflevering werd door de voice-over gezegd dat de periode waarin Nederland probeerde de kolonie Indië weer te gaan besturen "in vier jaar tijd meer dan 100.000 Indonesiërs en ruim zesduizend Nederlanders" het leven zou kosten.

Volgens de FIN ging dit om "feitelijke onjuistheden en doelbewuste manipulatie". Ze diende een formele klacht in, waarin werd gesteld dat BNNVARA alleen rept over de overleden Indonesiërs en Nederlandse militairen, maar voorbijgaat aan de Nederlandse burgerdoden.

FIN-voorzitter Hans Moll verzocht BNNVARA eind november om de cijfers te rectificeren en vroeg ook om rectificatie van een uitlating over de vervolging van Indische Nederlanders. De omroep liet in een reactie hierop weten dat de genoemde cijfers zijn gebaseerd op officiële schattingen van het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD). Daarom zag BNNVARA geen reden voor rectificatie.

Uit het onderzoek is wel gebleken dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over het daadwerkelijke aantal slachtoffers dat viel tijdens de nationalistische opstand in Indonesië, waar Nederland 120.000 militairen naartoe stuurde.

Volgens de ombudsman is in de documentaireserie echter niet doelbewust misleidende informatie gegeven en zijn er schattingen gebruikt, die gebaseerd zijn op zo recent mogelijk beschikbaar bronnenmateriaal. "Ik zie dan ook geen aanleiding om BNNVARA op te roepen tot een rectificatie."