Vijf jaar na de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo is de steun voor cartoonisten vanuit de media en het publiek afgenomen, zegt de internationaal gerenommeerde cartoonist Tjeerd Royaards tegen NU.nl.

"Dat merk ik in Nederland vooral aan de mensen die zich steeds sneller beledigd voelen. Ze worden heel erg kwaad over satire waar ze het niet mee eens zijn. Dat verbaast me. Ik denk dat een gezond publiek debat heel erg gebaat is bij de confrontatie met scherpe meningen, misschien zelfs beledigende meningen waar je het niet mee eens bent."

"Vooral als je daar met argumenten in plaats van met schreeuwen en geweld tegenin gaat. Ik ga als tekenaar niet per se voorzichtiger te werk, maar ik moet wel beter nadenken wie er aanstoot aan een bepaalde tekening zou kunnen nemen. Je maakt een extra set afwegingen."

Is de profeet Mohammed nog steeds een bijzonder onderwerp binnen die afwegingen?

"Het is een van de weinige, zo niet het enige onderwerp in Nederland waarvan geweld een realistische consequentie is. Het is een buitencategorie en het is treurig om vast te stellen dat daar vijf jaar na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo geen enkele verandering in is gekomen. We zijn niet vrijer geworden om kritiek te leveren op de islam of om de profeet te tekenen. De status quo is door de twaalf doden niet veranderd."

De aanslag op Charlie Hebdo

  • Op 7 januari 2015 dringen Saïd en Chérif Kouachi het redactiekantoor van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs binnen.
  • De broers openen het vuur op tekenaars en medewerkers van het tijdschrift. Daarbij vallen elf doden.
  • Op dezelfde dag vermoordt Amedy Coulibaly vier mensen in een Joodse supermarkt in Parijs.
  • De drie terroristen worden twee dagen later door de Franse politie doodgeschoten.

Precies een jaar na de aanslag tekende je een soort s-bocht, waarin een steeds dunner kluitje Je suis Charlie-demonstranten eindigt in een enkele tekenaar die bedreigd wordt door een terrorist. Is het Je suis Charlie-gevoel op dit moment volledig verdwenen?

"Voor het grootste deel. Ik heb zelfs nog getwijfeld of ik niet gewoon die tekening zou hergebruiken en het bordje op die tekening zou vervangen met 2020. Het gevoel is nog verder weggeëbd." (Royaards heeft dit kort na het interview ook gedaan, red.)

Heeft dat Je suis Charlie-gevoel überhaupt ooit bestaan, was die solidariteit echt?

"Ik denk dat het een soort misplaatste solidariteit was. Wat je zag was dat iedereen de eerste week de straat op ging om uit te dragen hoe belangrijk we vrijheid van meningsuiting vinden. Het aantal abonnementen van Charlie Hebdo ging van dertigduizend naar twee miljoen."

"Wat je daarna zag gebeuren is dat mensen plotseling zagen wat voor humor de tekenaars van Charlie Hebdo eigenlijk hebben. Een aantal tekeningen is daarna ook in opspraak gekomen. Mensen wisten helemaal niet wat Charlie Hebdo maakte, voordat ze Je suis Charlie riepen."

Is het nog zinvol om ons te verplaatsen in de motieven van de terroristen?

"Weet ik niet. Ik denk dat het zinvoller is om er bij de normaal denkende mensen op te blijven hameren waarom we persvrijheid en vrijheid van meningsuiting nodig hebben en dat satire een noodzakelijk onderdeel van onze democratie en vrijheid is."

"Ik heb niet de illusie dat ik een terrorist kan overtuigen, maar ik denk wel dat als we als samenleving een krachtig middel in handen hebben als we blijven uitdragen hoe belangrijk die vrijheid is."

Voel je je daarin voldoende gesteund door de Nederlandse politiek?

"Enerzijds wel, omdat dit wel in het beleid zit. Vooral in de buitenlandpolitiek. Maar ik vind ik het tegelijkertijd ontzettend zorgwekkend dat mensen als Geert Wilders en Thierry Baudet de pers afgeschilderd hebben als vijand die er een eigen linkse agenda op nahoudt."

"Claudia de Breij zei het supermooi in haar oudejaarsconference: 'Wat heb je nou nodig voor een democratie? Een meerderheid die rekening houdt met de wensen van de minderheid, een onafhankelijke rechtstaat en een vrije pers.' Zodra politieke partijen gaan roepen dat die vrije pers de vijand is van de democratie, dan is er iets gigantisch mis met je systeem."

Wat ga je dinsdag tekenen?

"Ik heb vandaag nog niks getekend en ik hoop dat ik vandaag überhaupt de tijd heb tussen alle mediabelletjes. Ik denk dat de prioriteit vandaag naar de media-aandacht uitgaat. Er zijn zoveel cartoonisten die vandaag iets tekenen."

"Dat is fantastisch en als cartoonist voel ik natuurlijk ook de drang om iets te tekenen, maar het is de vraag wat ik daar nog aan zou kunnen toevoegen. Misschien kan ik iets moois maken dat mensen aan het denken zet, maar een nieuwe dimensie eraan geven lukt me niet."

"De tekeningen die rondom deze dag gemaakt worden kun je in drie categorieën verdelen: de eerste is een emotionele: 'Wat was die aanslag erg'. De tweede is: 'Maar cartoonisten zijn heel veerkrachtig', dan zie je tekeningen waarop een potlood een soort wapen is waarmee terroristen bestreden kunnen worden. In de derde categorie waarschuwen de cartoonisten voor de toenemende censuur. Ze wijzen op de dreiging die wij de afgelopen jaren in toenemende mate hebben ervaren, waardoor de persvrijheid verder afneemt."

Kun je ook uitgetekend raken over dit onderwerp?

"Dat denk ik persoonlijk wel. Nogmaals, ik vind het ontzettend belangrijk dat we aandacht aan deze dag besteden. Juist vanwege het feit dat persvrijheid zo ontzettend belangrijk is voor cartoonisten, anders kunnen we ons werk gewoon niet doen. Hoe meer daar op gehamerd wordt, hoe beter. Maar op een gegeven moment begint het lastig te worden om er nog creativiteit uit te putten.

Wat mij betreft moeten we vandaag niet heel emotioneel doen. Gebruik de dag om het gebrek aan persvrijheid in de wereld aan te kaarten en in beeld te brengen. Kijk eens hoeveel journalisten en cartoonisten er wereldwijd vastzitten, moeten vluchten, in elkaar geslagen of bedreigd worden."