Huib Modderkolk, journalist bij de Volkskrant, moet een passage uit zijn nog te verschijnen boek over digitale spionage schrappen. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam vrijdag besloten tijdens een kort geding dat was aangespannen door de AIVD.

Volgens de rechtbank heeft de Staat voldoende aannemelijk gemaakt dat publicatie van de bewuste passage een bron van de AIVD in levensgevaar kan brengen. Daardoor is een beperking op de vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd, aldus de rechter.

Modderkolk had volgens de Volkskrant al een aantal zinnen uit Het is oorlog, maar niemand die het ziet aangepast, maar was hij niet op alle verzoeken van de AIVD ingegaan.

De journalist zegt vrijdag tegen de krant dat hij zich niet kan vinden in de stelling van de AIVD dat er door de passage in zijn boek levensgevaar dreigt voor een bron. "Maar de rechter vindt de kans niet verwaarloosbaar dat een persoon in gevaar kan komen. Het is heel moeilijk je te verdedigen als de AIVD beweert dat mensen in levensgevaar kunnen komen."

Modderkolk benadrukt dat de operatie waarover hij schreef al is afgerond. Hij betreurt het besluit van de rechter. "Het is jammer dat ik daardoor minder gedetailleerd moet schrijven over de AIVD." De journalist heeft nog niet besloten of hij in beroep gaat.

Een woordvoerder van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) laat weten dat het soms een lastig dilemma is. "De vrijheid van nieuwsgaring en journalistiek weegt zwaar, maar de bescherming van mensen die voor diensten werken ook". Vanwege de zorgen om de veiligheid van de bronnen is de zaak voorgelegd aan de rechter, aldus de woordvoerder. Het ministerie is "tevreden" over de uitspraak.

Minister zag eerst af van aangifte tegen Modderkolk

Aanvankelijk maakte de AIVD bekend dat er aangifte tegen Modderkolk gedaan kon worden als hij de passage in kwestie niet zou schrappen, maar minister Ollongren besloot eerst de uitkomst van het kort geding af te wachten.

Het is niet de eerste keer dat Modderkolk met informatie over de AIVD komt. In 2018 maakte hij samen met het programma Nieuwsuur openbaar dat de inlichtingendienst toegang zou hebben tot een computernetwerk van Russische hackers. Op die manier zou de dienst kunnen zien dat er in Rusland pogingen waren ondernomen de recentste Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden.