Oud-wielrenner en -dopingzondaar Michael Boogerd (47) vindt dat Nederlandse wielerjournalisten niet kritisch genoeg zijn. "Niemand wil zijn vingers branden", zegt hij tegen NU.nl.

"Ze zijn minder kritisch dan dat ze toen op mij waren. Dat stoort me een beetje", zegt Boogerd. De voormalig topsporter, die meerdere ritten in de Tour de France won, bekende in 2013 dat hij van 1997 tot 2007 doping had gebruikt.

"Als het over renners als Valverde, Vinokourov of Froome gaat, dan duiken ze er wel op. Ik ga niemand beschuldigen hoor, maar als er een landgenoot buitengewoon hard rijdt worden er geen toespelingen gemaakt. Waarom dat is? Dat vraag ik mezelf ook weleens af. Ik denk dat ze bang zijn mensen te beschuldigen. Ik stel journalisten weleens die vraag en dan zeggen ze meestal: 'We weten het nooit zeker.' Niemand wil zijn vingers branden."

Boogerd, , die op dit moment onder meer analist in het RTL 7-programma Tour du Jour en ploegleider voor Roompot Charles Cycling Team is, was al jaren voor zijn bekentenis het onderwerp van publicaties over dopingzondaars.

"Over mij werd zo veel gezegd, daar kon ik niet meer van wegdraaien. Voor mij had het niet veel met bekennen te maken. Er lag al zo veel op straat. Het hoge woord moest er alleen nog even uit. Dat is niet hetzelfde als uit het niets zeggen dat je hebt gebruikt. Er zijn weinig renners of ex-renners die zeggen: 'Oh, ik wou ook nog even iets melden; ik heb doping gebruikt.'"

'Ik dacht dat journalisten wisten hoe het zat'

Hoewel Boogerd dus een gebrek aan kritische journalisten vaststelt, heeft hij het de pers zelf ook niet makkelijk gemaakt. Toen presentator en journalist Mart Smeets hem tijdens het maken van een documentaire vroeg of Boogerd tijdens zijn carrière doping had gebruikt, kreeg hij geen eerlijk antwoord.

"Het (dopinggebruik, red.) was gemeengoed in de sport. Ik ging ervan uit dat journalisten ook wel wisten hoe het zat. Tijdens mijn afscheidsinterview met Mart Smeets zegt hij: 'Ik moet jou die vraag stellen.' Ik antwoord natuurlijk met nee. Maar als je mijn antwoord zou analyseren, zou je eruit kunnen opmaken dat ik doping had gebruikt. Ik zeg: 'Ik heb niks gedaan waardoor ik mezelf niet recht in de spiegel kan aankijken.'"