De afgelopen drie jaar is door het Openbaar Ministerie (OM) vijftien keer een dwangmiddel ingezet tegen journalisten. Het OM luisterde onder meer gesprekken af, vroeg telefoongegevens op en vorderde journalistiek materiaal.

NRC komt tot die conclusie na het opvragen van gegevens bij het OM via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

In september meldde minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid nog aan de Kamer dat hij weet had van de inzet van dwangmiddelen bij drie zaken.

Daarbij tekende hij aan dat er bij het OM "geen andere lopende onderzoeken" waren.

Breder scala aan dwangmiddelen ingezet

Het verschil tussen beide getallen komt volgens het OM voort uit het gebruik van andere dwangmiddelen. Er werd een breder scala aan dwangmiddelen ingezet, zoals het meenemen van journalisten voor verhoor. Dat rekende Grapperhaus in zijn brief aan de Kamer niet mee.

Op de lijst met zaken staat onder meer een gegevensvordering bij een productiemaatschappij die bezig was met een televisieprogramma over zelfdoding. "Dit is gedaan met oog op het achterhalen van de omstandigheden die hebben geleid tot de zelfdoding. (…) Nu alle betrokkenen echter hebben aangegeven vrijwillig te willen meewerken, zijn geen belangen in het geding." 

Het is niet bekend om welke productiemaatschappij het gaat.

Brabants Dagblad sprak met bron uit vertrouwenscommissie

Ook het Brabants Dagblad komt drie keer voor op de lijst. Bij de krant zijn belgegevens van journalisten opgevraagd. Het ging onder meer om belgegevens van een medewerker die voor een verhaal over een burgemeestersbenoeming in Den Bosch met een bron uit een vertrouwenscommissie sprak. Het OM wilde weten met wie hij had gesproken en vroeg zijn telefonische gegevens op.

Daarnaast trof justitie voorbereidingen om een gesprek van de journalist in kwestie met diezelfde bron af te luisteren. De rechter-commissaris had hiervoor al een machtiging afgegeven.

Uiteindelijk werd het dwangmiddel niet ingezet en maakte het OM excuses.