De Amerikaanse president Donald Trump haalde zondagavond op Twitter wederom uit naar Amerikaanse media en voorspelde zelfs dat "hun gedragingen" een oorlog kunnen uitlokken.

Marcel Gelauff, voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren en hoofdredacteur van NOS Nieuws, laat desgevraagd weten de uitspraken van Trump schokkend te vinden.

"Hij lijkt steeds een stapje verder te gaan, dat is een zorgelijke ontwikkeling. Het is verontrustend voor de journalistiek in het algemeen. Hij verscherpt tegenstellingen en beschadigt de journalistiek."

Moeten Nederlandse media zulke uitspraken ontkrachten?

"De taak voor hoofdredacteuren blijft dezelfde: wij moeten vanuit onze eigen visie en voor onze eigen doelgroep journalistiek bedrijven. Als iets buiten Nederland ook voor ons relevant is, moet je daarover berichten. Ik denk dat je ook moet blijven beschrijven wie de mensen zijn die Trump geloven en wat hen drijft. En wat zoiets met een samenleving doet. Wat in Amerika gebeurt, sijpelt door in Nederland. Kijk ook naar het onderzoek van professor Alex Brenninkmeijer van vorig jaar waaruit blijkt dat 61 procent van alle journalisten te maken heeft met bedreigingen. Ik zou van de politiek juist verwachten dat ze de journalistiek ondersteunen."

Doet ze dat voldoende?

"Als ik kijk naar de bezuinigingen op de publieke omroep heb ik niet die indruk. Over het beschermen van onze positie met betrekking tot onze geloofwaardigheid ook niet. Daar zie ik niet veel over voorbijkomen. Premier Rutte en minister van Veiligheid en Justitie Ferd Grapperhaus hebben wel uitspraken gedaan waarin ze de journalistiek steunden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de recente aanvallen op Panorama en De Telegraaf en journalisten die beveiligd worden. Maar als het gaat over het belang van de journalistiek als fundament van de democratie, zou dat best vaker hardop uitgesproken mogen worden. Journalisten moeten ook kritisch blijven kijken naar wat ze zelf doen en laten. Pim Fortuyn wees er aan het begin van deze eeuw op hoe beperkt de journalistiek soms naar de samenleving kijkt. Daar had hij een punt."

Zo'n uitspraak van Trump is toch geen signaal om journalisten na te laten denken over zichzelf?

"Nee, het is onderdeel van een permanente campagne. Maar je zou kunnen denken dat zelfs bij zo'n uitspraak de journalistiek zich af zou kunnen vragen wat ze anders had kunnen doen. We moeten voortdurend op zoek zijn  naar onze eigen blinde vlekken. Maar de invloed die dat soort uitingen op het dagelijks opereren van journalisten heeft vind ik verontrustend."

Heeft u het idee dat uw Amerikaanse collega's kunnen voorspellen hoe Trumps campagne verdergaat?

"Ik denk dat ze vooral proberen hun werk te doen. Misschien wordt het wel steeds belangrijker om niet alleen over alles te berichten, maar om ook vaker naar voren te treden en uit te spreken waarom je doet wat je doet en wat het algemene belang daarvan is. Als hoofdredactie heb je een verantwoordelijkheid ten aanzien van de organisatie waar je voor staat. Als die organisatie wordt aangevallen op een onaanvaardbare manier, moet je opstaan en je daar tegen uitspreken."