BNNVARA heeft besloten om zijn deel van de auteursrechten van de documentaire Jesse over te dragen aan de producent. 

De omroep meldt dat de overdracht gebeurt "in ruil voor een bedrag ter grootte van de oorspronkelijke bijdrage van BNNVARA". 

De producent en maker kunnen nu zelf bepalen wat er met het materiaal gebeurt. Filmproductiebedrijf Doxy van producent Janneke Dolaard laat weten de film in meerdere bioscopen te willen uitbrengen en "verder te distribueren, zodat het publiek de mogelijkheid krijgt de film op korte termijn te gaan zien". 

Maker Joey Boink vertrouwt erop dat dit gaat lukken. "Diverse partijen hadden zich al gemeld", zegt hij. "Ik ben in elk geval heel blij dat het publiek de kans krijgt om de film te zien en zich er een mening over te vormen." Onder meer De Telegraaf heeft laten weten interesse te hebben voor de film en het ruwe materiaal.

Kritiek 

BNNVARA was eerst van plan om Jesse uit te zenden op televisie, maar zag daarvan af nadat er veel kritiek op was gekomen. Steen des aanstoots was vooral dat Boink zelf voor GroenLinks actief was tijdens de laatste verkiezingscampagne.

In eerste instantie vond BNNVARA dat nog geen onoverkomelijk probleem, omdat de omroep al het ruwe materiaal kreeg, verantwoordelijk was voor de eindredactie en Boink aan het begin van de film zijn dubbelrol duidelijk maakt. Omroepdirecteur Gerard Timmer kwam echter tot de conclusie "dat er twijfel over onze journalistieke onafhankelijkheid ontstaat" en besloot af te zien van de uitzending.

Het Commissariaat voor de Media gaat met BNNVARA in gesprek over de totstandkoming, de onafhankelijkheid en de financiering van de documentaire Jesse over de GroenLinks-leider.