Presentator André van der Toorn heeft vanwege zijn adoptie vaak het gevoel gehad dat hij niet goed genoeg is. Als baby werd Van der Toorn, die in Griekenland werd geboren als Kostas, geadopteerd door een Nederlands stel.

"Ik wilde tot mijn 27ste helemaal niks van die adoptie weten", vertelt Van der Toorn in de documentaire Mijn naam is Kostas. "Ik wilde niet eens naar Griekenland. Ik voelde woede omdat ik er als klein kind uitgetrapt was."

"Dan krijg je als kind zo'n heel basaal gevoel dat je niet goed genoeg bent", aldus de Wegmisbruikers-presentator. "Je ontwikkelt instrumenten om je verdriet te verbergen en om dat te overschreeuwen of grappen te maken."

Met relaties zegt Van der Toorn moeite te hebben. "Als je iets niet hebt, kun je het ook niet kwijtraken. Dus in principe heb ik liever niets, dan kan ik ook niets kwijtraken."

Schelden

De presentator heeft regelmatig contact met zijn biologische moeder. "Dan vraagt ze aan de telefoon: kom je nog langs, deze zomer? En dan zeg ik: ik weet het niet. Zij: ja, ik zit al mijn hele leven op je te wachten."

"En dan scheld ik haar helemaal verrot, in het Nederlands, en dan is het wel weer goed", vertelt Van der Toorn in de documentaire. "Het is heel kinderachtig misschien, maar dan zeg ik wel: jij hebt het gedaan, ík kon niet kiezen. Dus je gaat niet zitten janken dat jij op mij hebt zitten wachten."

Mijn naam is Kostas is zondagavond om 21.35 uur te zien op NPO2.