Jeroen Krabbé vindt Vincent van Gogh veel aaibaarder dan Pablo Picasso. Daar kwam hij achter tijdens zijn speurtocht door het leven van Picasso voor zijn nieuwe programma Krabbé zoekt Picasso.

"Van Gogh heeft een aaibaarheidsfactor van duizend en die ontbreekt bij Picasso. Hij heeft ook wel een aaibaarheidsfactor, maar veel minder", zo kijkt Krabbé terug op zijn onderzoek naar het leven van de bekende Spaanse kunstenaar. Eerder maakte hij ook al een programma over Van Gogh.

"Als je zegt: Van Gogh, zonnebloemen, afgesneden oor en je zet er een viool onder; dan zit iedereen al te snikken", vervolgt Krabbé. "Bij Picasso is dat totaal anders."

Michael Jackson

Volgens Krabbé behoren beide kunstenaars tot dezelfde categorie qua bekendheid, maar zijn ze verder nauwelijks met elkaar te vergelijken. "Het zijn allebei Michael Jacksons van de schilderkunst, zo beroemd. Maar Van Gogh heeft maar tien jaar geschilderd in zijn leven en heeft zichzelf door zijn kop geschoten. Picasso heeft 92 jaar geleefd en een heleboel anderen hebben zelfmoord om hem gepleegd. Hij is een buitencategorie."

Picasso was bovendien een laffe man, aldus Krabbé. "Ik ontdekte dat hij vriendschappen met voeten trad en mensen liet doodvallen als hij daar geen zin meer in had."

Krabbé zoekt Picasso is op 26 januari voor het eerst te zien. De serie telt in totaal acht afleveringen, waarin Krabbé onder meer door Frankrijk, Spanje en Italië reist.