Kinderen hebben het dinsdag 5 januari voor het zeggen in het NOS Jeugdjournaal. Een jubileum vormt de aanleiding voor de machtsovername.

"We bestaan 35 jaar en vieren dat met een jubileumuitzending waarbij kinderen de baas zijn. We hebben aan hen gevraagd wat ze willen zien en ze konden filmpjes naar ons opsturen om mee te doen aan de jubileumuitzending'', vertelt presentator Robbie Kammeijer.

De jubileumuitzending duurt een half uur. Om die te vullen, maken kinderen met Kammeijers collega's reportages die meer dan duizend kinderen uit het hele land hebben aangedragen. "Kinderen fungeren als verslaggever, cameraman, presentator of doen de regie", vervolgt Kammeijer

Terugblik

In de aanloop naar de jubileumuitzending blikt het NOS Jeugdjournaal zondag 3 januari terug met voormalige presentatoren. Nick Renooij trekt eropuit met de jeugdjournaalbus en rijdt langs oud-presentatoren om samen fragmenten te bekijken.

Van alle kinderprogramma's bereikt het NOS Jeugdjournaal de meeste kinderen, gemiddeld 300.000 per dag. De Jeugdjournaal-app is inmiddels zo'n 112.000 keer gedownload en de website trekt 300.000 bezoekers per maand. "We merken dat kinderen steeds meer online het nieuws volgen'', zegt Kammeijer

Pesten

''De interesse van kinderen voor vloggers en social media zie je terug in de uitzendingen op televisie. Ook maken we vaker items over online pesten, omdat kinderen daar veel mee bezig zijn."

Kinderen zijn erg betrokken bij het Jeugdjournaal, merkt de presentator. ''Kinderen reageren flink op de dagelijkse stelling. En ook als we vragen stellen op de website of sociale media levert dat veel reacties op of duizenden likes.''

Robbie Kammeijer is sinds ruim een jaar presentator van het NOS Jeugdjournaal. ''Ik ben 24 en heb de eerste elf jaar van het Jeugdjournaal gemist. Het is te gek om voor kinderen van tien tot twaalf jaar een nieuwsprogramma te mogen maken. Het is zo afwisselend. De ene dag maak ik een item over het neergestorte vliegtuig bij Sharm el Sheikh, de volgende dag sta ik met kinderen wilgen te knotten.”