De Nederlandse journaliste Frederike Geerdink moet waarschijnlijk Turkije verlaten. De gouverneur van de provincie waar ze afgelopen zondag is opgepakt, heeft besloten dat ze moet worden uitgezet.

Dat heeft haar advocaat woensdag gezegd tegen de NOS

Geerdink zou in een centrum zitten voor buitenlanders die moeten worden uitgezet. Het besluit moet nog worden bekrachtigd door de centrale overheid.

Ook minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) zegt dat Geerdink "waarschijnlijk'' Turkije wordt uitgezet. ''Dat is een slechte zaak.'' Koenders kan nog niet zeggen waarom of wanneer ze Turkije moet verlaten.

Koenders staat in contact met de Turkse autoriteiten over de zaak. Hij weet niet of Geerdink in beroep gaat tegen de uitzetting. Geerdink woont sinds de zomer van 2012 in Diyarbakir in het zuidoosten van Turkije en schrijft veel over de Turks-Koerdische verhoudingen. Sinds eind 2006 werkt ze in Turkije.

Haar advocaat zegt bezwaar te gaan maken tegen de beslissing. Als dat op tijd lukt, dan moet de rechtbank binnen vijftien dagen een beslissing nemen.  

Opheldering

Volgens D66 moet Koenders opheldering vragen aan de regering in Ankara. "Turkije lijkt af te glijden naar een staat waar journalisten vogelvrij zijn'', aldus D66'er Sjoerd Sjoerdsma.

Volgens de PvdA is het besluit een knauw voor de persvrijheid in Turkije. Marit Maij (PvdA) wil weten van de minister hoe hij Geerdink heeft ondersteund, wat er met de Turkse collega's van Geerdink gebeurt en wat hij voor ze kan betekenen.

Verboden gebied

Geerdink werd opgepakt omdat ze zich in verboden gebied had begeven. Ze deed verslag van een groep Koerdische activisten van de pro-Koerdische oppositiepartij HDP die als menselijk schild protesteren in gebieden waar het Turkse leger actief is.

Het is niet de eerste keer dat de journaliste is opgepakt. In januari werd ze al kort aangehouden. Dat gebeurde tijdens een bezoek van minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders aan Turkije.

Geerdink, die onder meer schrijft voor Het Parool en De Groene Amsterdammer werd toen "propaganda maken voor een terroristische organisatie" ten laste gelegd. De aanklacht werd gemaakt vanwege haar boekDe jongens zijn dood, daarin schrijft zij over de Koerdische kwestie in Turkije.

In april werd ze daarvan vrijgesproken door de Turkse rechter. Na de vrijspraak reageerde de journaliste opgelucht. "Het was toch even spannend, ik dacht: straks zeggen ze toch iets anders.''