
'Koninklijk Huis en RVD scheppen status aparte'
In het Europees Recht is geen grondslag te vinden voor de belangrijkste regel uit de mediacode, dat de Oranjes met rust moeten worden gelaten als ze niet op grond van een officiële functie naar buiten treden.
Dat stelt media-advocaat Van den Brink in een reactie op het rumoer rond de publicatie in Nieuwe Revu.
"Het Koninklijk Huis en de Rijksvoorlichtingsdienst hebben in 2005 voor zichzelf een status aparte geschapen, die voor andere bekende Nederlanders niet geldt. Dat is een onhoudbare juridische positie", aldus Van den Brink, gespecialiseerd in mediarecht en werkzaam voor media als de Volkskrant, KRO, Elsevier en GeenStijl, en werkzaam bij het Amsterdamse kantoor Kennedy Van der Laan.
Niet meer rechten
De jurist meent dat de RVD zich namens het Koninklijk Huis bijzonder recht heeft toegeëigend zonder deugdelijke juridische onderbouwing.
De mediacode werd in 2005 ingevoerd om de persoonlijke levenssfeer van kroonprins Willem-Alexander, prinses Máxima en de jonge prinsesjes zo goed mogelijk te beschermen. Leden van het Koninklijk Huis moeten blijkens de mediacode buiten speciale fotomomenten met rust worden gelaten, aldus de eenzijdig door de RVD gehanteerde code.
Wie zich aan de code houdt, is welkom op de speciale fotomomenten bij officiële gelegenheden. Een medium dat zich er niet aan houdt, wordt geweerd bij volgende fotomomenten.
Principezaak
"Gek genoeg is die afspraak juridisch inhoudelijk nooit tot in hoogste instantie getoetst’’, zegt Van den Brink. Volgens de mediajurist draait deze kwestie om de artikelen 8 (privacy en portretrecht) en 10 (vrijheid van meningsuiting) in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
"In mijn ogen plaatst het ministerie van Algemene Zaken het Koninklijk Huis met de mediacode buiten het wettelijk kader dat voor andere Nederlanders geldt", aldus Van den Brink. "Het zou goed zijn om hierover tot in hoogste instantie een principezaak te beginnen."
Niet deugdelijk
Eerder kregen Máxima en Willem-Alexander gelijk van de rechter in een zaak die ze aanspanden tegen persbureau AP, dat vier foto's publiceerde van het paar op skivakantie in Argentinië. Daardoorkreeg de mediacode wel een steviger status kreeg, maar deze uitspraak dateert van voor het tweede Von-Hannover arrest uit 2012.
Die zaak werd aangespannen door prinses Caroline van Monaco tot aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), over foto's die van haar waren gemaakt tijdens een ski-vakantie. Het Hof oordeelde dat ze de publicatie van foto's moest dulden, terwijl die waren gemaakt toen zij niet in enige officiële functie naar buiten trad.
Als een zaak als die van AP nu voor de rechter zou komen, zouden de Oranjes die verliezen, vermoedt Van den Brink.
Publieke figuren moeten meer dulden. Ook de vraag of prinses Amalia op een hockeyveld mag worden gefotografeerd, valt volgens de jurist onder datzelfde principe. "Er zouden verzwarende omstandigheden kunnen zijn wanneer de fotograaf zich dagenlang in de bosjes heeft verscholen, of wanneer zij huilend of in andere bijzondere omstandigheden zou zijn afgebeeld. Maar dat is hier voor zover ik begrijp niet het geval."