AMSTERDAM - De AVRO, de VPRO en de NTR bundelen hun krachten op het gebied van kunst- en cultuurprogramma's.

In 2012 moet er sprake zijn van ''een verregaande samenwerking'' tussen de cultuurredacties van de omroepen, zei Bart Römer, de netmanager van Nederland 2, vrijdag.

Door de bezuinigingen die de Publieke Omroep boven het hoofd hangen, is er straks ook minder geld beschikbaar voor kunst- en cultuurprogramma's op radio en televisie. Römer wil echter dat de omroepen kunst en cultuur ook in de toekomst toegankelijk maken voor een breed Nederlands publiek.

Naast samenwerking tussen de omroepen, streeft Römer ook naar een intensiever contact met spelers in het culturele veld, zoals musea en orkesten.

Uit de wind

Volgens de netmanager is het de bedoeling kunst en cultuur bij de bezuinigingen zoveel mogelijk uit de wind te houden, al zal het met minder geld moeten. Römer denkt bijvoorbeeld bij een serie aan minder afleveringen en meer herhalingen om geld te besparen.

Alle genres blijven aan bod komen op radio en tv, aldus Römer. ''Ook de kwetsbare en fragiele genres, die een wat minder groot publiek trekken. Al zal het een enorme inspanning vergen om die te behouden.''

Campagne

Mensen kunnen nu gemiddeld 30 uur per week naar kunst- en cultuurprogramma's op televisie kijken. Het afgelopen jaar is het aantal Nederlanders dat met kunstprogramma's is bereikt, gestegen van 33 naar 37 procent.

Dat komt onder meer doordat er door de omroepen beter campagne is gevoerd en door aandacht te schenken aan populaire evenementen, zoals het North Sea Jazz Festival, Lowlands en Oerol.