AMSTERDAM - Johnny Kraaijkamp sr., een naam die onverbrekelijk verbonden is met Rijk de Gooyer, maar ook met serieuze theaterrollen als King Lear, is op 86-jarige leeftijd overleden.

Het tv-publiek kent Kraaijkamp van de 'Johnny en Rijk'-show en De Brekers. Maar vooral ook in het theater kende 'de oude Kraaij' grote successen.

De op 19 april 1925 geboren Jan Hendrik Kraaijkamp, beter bekend als Johnny, kende een gevarieerd leven in het theater- en entertainmentvak. Hij zong in het begin onder meer als jongenssopraan in een kerkkoor, werd assistent van een acrobaat, zong in een showorkest en werkte als bassist-entertainer.

Op een nacht na sluitingstijd leerde Kraaijkamp Rijk de Gooyer kennen. Vrienden zijn ze nooit geworden, maar een rijke en succesvolle samenwerking ontstond wel tussen de twee. Rijk als de aangever, de slimme van het stel, en Johnny vaak als de domme, degene om wie het hardst wordt gelachen. Met de 'Johnny en Rijk'-show lag Nederland aan hun voeten.

Film

In de jaren die volgden, werkten de beide heren ook veel solo. Rijk legde zich meer toe op een filmcarrière, terwijl Johnny alleen op televisie te bewonderen was in de Johnny Kraaijkamp Show.

Zijn rol als King Lear voor het RO Theater in 1979 betekende een grote doorbraak om als serieus acteur te werken. Zijn vertolking van de oude koning die de liefde van zijn dochter afwijst en als een waanzinnige gaat dwalen, wordt geroemd.

Kraaijkamp zei zelf ooit eens over die rol: ''Ik zag die boekenlezers, intellectuelen en Shakespeare-liefhebbers de zaal binnenkomen en tegen elkaar zeggen: 'Kraaijkamp als Lear, ondenkbaar'. Ik draaide me om en ging naar de kleedkamer. Uit het raam zag ik een man een kopje koffie drinken. Dat beeld heeft me gered. Zonder Kraaijkamp draait de wereld ook gewoon door.''

Narigheid

Narigheid kenmerkten het leven van de oude Kraaij ook. Zo was er de drank. Kraaijkamp zei ooit ''jaloers te zijn op de clochards in Parijs die, een fles omklemmend, lekker warm op de roosters van de metro liggen: de verlokking van de onverantwoordelijkheid''.

Erkenning voor zijn toneelspel kreeg Kraaijkamp in 1984. Voor zijn rol in 'Jacques de fatalist en zijn meester' ontving hij de hoogste Nederlandse toneelprijs, de Louis d'Or. Vier jaar later kreeg hij voor De Fantast de Johan Kaart-prijs.

Kraaijkamp hekelde het woord 'toneelspeler'. ''Als je op het toneel staat ben je met behulp van je spel een verteller van verhalen aan de toeschouwer. Het geheim bestaat uit de verbeelding. Een acteur zonder fantasie existeert niet.''