Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag in de rechtbank van Amsterdam vijfmaal een levenslange gevangenisstraf geëist tegen de verdachten in het Marengo-proces. Onder hen was Ridouan T., die volgens justitie als "aanjager van dodelijk geweld" aan het hoofd stond van een meedogenloze moordorganisatie.

Naast hoofdverdachte T. zouden ook Achraf B., Mohamed R. en de broers Mao en Mario R. levenslang de gevangenis in moeten. Overige verdachten hoorden straffen tussen de vijf jaar en 11 maanden en 26 jaar en 8 maanden eisen.

Met de strafeisen komt er een einde aan een negen dagen durend requisitoir. Daarin heeft het OM uiteengezet hoe T. leiding gaf aan een geoliede moordmachine, gefinancierd met geld dat hij verdiende in de internationale drugshandel.

De mannen onder hem vervulden taken als het in de gaten houden van slachtoffers (spotters), het beheren en het testen van wapens of het stelen van snelle auto's die gebruikt werden bij liquidaties. Naast T. hadden volgens justitie ook Mao R. en Saïd R. een leidinggevende rol. Laatstgenoemde hoort op een later moment de strafeis, omdat zijn zaak vertraging heeft opgelopen.

Samen zouden zij met groot gemak over leven en dood hebben beslist. Motieven voor de zes moorden waar het in dit proces om draait, zijn vaak ingegeven door het motto 'wie praat die gaat'. Slachtoffers zouden informatie hebben verstrekt aan criminele rivalen van T. of met de politie hebben gesproken. Of ze werden vermoord uit wraak.

Slachtoffers vielen in nog geen anderhalf jaar

De slachtoffers vielen in een periode van nog geen anderhalf jaar, van 2015 tot aan begin 2017. Vier aanslagen mislukten, andere werden nooit uitgevoerd. Er is overigens geen twijfel bij justitie dat de criminele organisatie van T. over een veel langere periode actief was.

Belangrijkste bewijsmiddelen voor deze verdenkingen zijn de verklaringen van kroongetuige Nabil B., die na halvering van zijn strafeis tien jaar hoorde eisen. Daarnaast zijn er de vele duizenden berichten, die verstuurd zijn met encryptietelefoons. Deze communicatie is in handen van het OM, doordat verschillende servers van aanbieders als Ennetcom en PGP Safe werden gekraakt.

Op basis hiervan ontstond volgens het OM een sinister beeld van een groep die velen angst inboezemde. Geen enkele nabestaande heeft een slachtofferverklaring durven geven of een vordering tot schadevergoeding ingediend.

Vanaf september tot en met december komt de verdediging aan het woord. Medio volgend jaar verwacht de rechtbank uitspraak te doen.