De rechtbank van Amsterdam ziet geen reden om nader onderzoek te laten verrichten naar gegevensdragers die kroongetuige Nabil B. in 2017 op zijn cel zou hebben gehad. Verschillende advocaten in het Marengo-proces hadden hierom gevraagd, maar dit verzoek werd maandag door de rechtbank afgewezen.

Ook in de veronderstelde "machtspositie" die B. in de gevangenis zou hebben ingenomen, ziet de rechtbank geen reden voor nadere vragen. Volgens de rechtbank levert dit geen wezenlijke bijdrage aan de vraag of B. betrouwbaar is met betrekking tot de verklaringen die hij heeft afgelegd.

Onlangs werd bekend dat B. vlak na zijn arrestatie in 2017 een USB-stick, een USB-dongel (waarmee je op internet kunt) en een harde schijf op cel had. Dat blijkt uit een brief van de directeur van de gevangenis waar B. vastzat. De voorwerpen waren in beslag genomen na een celinspectie.

B. zegt inderdaad een USB-stick te hebben gehad, maar daar zou alleen muziek op hebben gestaan. Van een dongel zegt hij niks te weten. De harde schijf hoorde bij zijn Xbox-spelcomputer, zei hij.

Welke versie van het verhaal klopt, is niet meer te controleren doordat de spullen zijn kwijtgeraakt. Volgens de rechtbank zijn er geen aanwijzingen dat de voorwerpen doelbewust door het OM of de gevangenisdirecteur zijn kwijtgeraakt en is nader onderzoek dan ook niet nodig.

Mogelijk sprake van chantage

Enkele advocaten hadden de toenmalige gevangenisdirecteur graag gehoord, omdat uit berichten van B. zou zijn af te leiden dat die door de kroongetuige werd gechanteerd. "Ik heb de directeur bij zijn ballen", citeerde de advocaat van Ridouan T., Inez Weski, een van de berichten van B. aan zijn partner. "Ik bepaal nu de dingen hier. Naar mij toe kunnen ze niks doen."

De berichten werden aangetroffen op de iPhone van B., die hij gedurende een periode in 2017 en 2018 op zijn cel had. B. verzweeg lang het bestaan van de telefoon. Het grootste gedeelte van de inhoud van die telefoon is onlangs toegevoegd aan het dossier en heeft tot veel vragen bij de verdediging geleid.

De rechtbank zegt in het midden te laten of uit de berichten afgeleid kan worden dat er in 2017 sprake was van integriteitsschendingen, afpersing of chantage door B., of een machtspositie van de kroongetuige in de gevangenis. Wat volgens de rechters belangrijker is, is dat deze kwestie niks zegt over de betrouwbaarheid van B. als kroongetuige.

De rechtbank zegt uiteindelijk te moeten oordelen of de verklaringen van B. over Ridouan T. en zijn medeverdachten bruikbaar zijn als bewijs. De achtergrond van bovenstaande berichten speelt hier volgens de rechter geen rol bij en dus zal er geen nader onderzoek naar plaatsvinden.

Op 7 december wordt het Marengo-proces hervat. Dat zal met Ridouan T. gebeuren, omdat het verzoek zijn zaak van de rest af te splitsen werd afgewezen.