Het wrakingsverzoek van kroongetuige Nabil B. in het Marengo-proces is woensdag afgewezen omdat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat de rechtbank partijdig heeft gehandeld. Dit betekent dat de zaak gewoon verder kan met dezelfde rechters.

Vrijdag wilden de advocaten van Nabil B. achter gesloten deuren toelichten met welke medische problemen de kroongetuige kampt en dat hij daarom niet in staat is een verklaring af te leggen. De rechtbank wees dit verzoek af en daaruit zou volgens de kroongetuige blijken dat hij anders wordt behandeld dan zijn medeverdachten.

In een eerder stadium van het proces kreeg Inez Weski, de advocaat van Ridouan T., wel de mogelijkheid om iets te vertellen over de persoonlijke omstandigheden van haar cliënt, zonder dat iemand daarbij was. Maar dat was een andere situatie, aldus de rechtbank.

De wrakingskamer laat weten het verzoek af te wijzen omdat een beslissing van een rechter geen grond voor wraking kan zijn. "Dit kan alleen als de motivering van de beslissing niet anders kan worden uitgelegd dan als blijk van vooringenomenheid. Dat was hier niet het geval", klinkt het besluit.

De advocaten van B. laten in een reactie op Twitter weten het niet eens te zijn met de beslissing en nog steeds te vinden dat er met twee maten wordt gemeten.

Dit alles betekent dat maandag 21 juni de eerstvolgende zittingsdag gewoon doorgang kan vinden. Toch zijn de problemen nog niet voorbij.

Problemen over beveiliging nog niet opgelost

Bij het schrijven van dit artikel is het conflict tussen B. en het Openbaar Ministerie (OM) nog niet opgelost. De kroongetuige liet eerder al weten niet meer te willen verklaren als de problemen over zijn beveiliging en die van zijn familie niet zijn opgelost.

B. heeft echter een verklaringsplicht door zijn overeenkomst met de staat en hier wordt nadrukkelijk op gewezen door de advocaten van de verdachten in het Marengo-proces. Zij willen de kroongetuige, die de afgelopen vier zittingsdagen niks meer heeft gezegd, horen.

Nu komen zijn medische problemen, die onbekend van aard zijn, er ook nog bij. De vraag is of B. maandag wel in staat is te verklaren en wat dit betekent voor het verdere verloop van het proces.