Japanse designerjeans van zuiver zijde. Kasjmieren mutsjes. Moeilijke retro sneakers. V-halsjes met krullend borsthaar. We worden omringd door zoveel metroseksuele zoetigheid, dat ik, Jan Heemskerk, me langzamerhand afvraag: hebben echte mannen nog gereedschap?

De dingen die zomaar ter sprake komen: van de liefde, of het gebrek daaraan, gaan we soepel door op hobby’s, dan naar klussen, en vervolgens gereedschap. En dus de decoupeerzaag, In mijn beleving is dat een stuk gereedschap dat niet mag ontbreken in de gereedschapkist van een beetje man. Je zult maar een kabelgaatje moeten zagen in de zelfgetimmerde wandkast. Of een mooi patroon in de eigenhandig gefröbelde biechtstoel knutselen. De decoupeerzaag; ik zou me zónder geen raad weten. Geen dag.

Niemand op kantoor heeft een decoupeerzaag.

Ik vraag: "Een dremel dan?" Ongelovige blikken. "Een haakse slijper?" …  "Een klopboormachine?" Onze secretaresse - de enige vrouw - heeft er één. "Dopsleutelset?" Blanke blikken. Haastige inventarisatie leert dat de gemiddelde collega een weekplastic uitklapkistje heeft met een kruiskopschroevendraaier, een waterpomptang, en een hamertje-tik-hamertje.

En ik maar denken dat je de echte man meet aan de maat van zijn gereedschap. Vandaar dat ik een boorhamer heb waarmee je vuistgrote gaten in het hardste beton slaat. Mokers waarmee men boventallige Duitse bunkers met de grond gelijk kan maken. In zijn eentje. 124-delige sets met bits en boortjes voor ieder denkbaar schroef- en boor-karweitje. Twintig meter veer om stroomdraad door buizen te voeren. Een soldeerpistool. Een boomzaag. Een kliefbijl. Een houtversnipperaar. Een industriële terrasverwarmer. Een houtskoolbarbeque, een veldkeuken op gas, een rookoven op oude molm. Een thermische lans, een kleine vorkheftruck.

Kennelijk heb ik de trend gemist.

Kennelijk ben je vandaag de dag man genoeg als je een indigo sjaaltje elegant om de ranke schouders weet te slingeren, witte moccassins een de grote teen kunt laten wiebelen, achteloos een geschikte rosé uit de wijnkaart weet te pikken, en gezellig mee kunt kwebbelen over de stand van de sterren en de optimale balans tussen werk en zorg. Kennelijk is het prima dat je de lekkende kraan door de vakman laat repareren, de klus-Pool laat opdraven voor het ophangen voor ieder schilderijtje, en in wilde paniek raakt als er een stop moet worden vervangen.

Ik vind het best hoor, al die nieuwe zachte dingen die we als mannen moeten kunnen om nog een beetje in de gunst te komen van de meisjes. En ik zet ook heus de oude rimpelkop weleens in een verkwikkend maskertje, eet een gezonde komkommersalade en doe een getailleerd hemmetje aan. Tevens doe ik aan voorspel, emotionele gesprekken en overige 21e-eeuwse vleierijen. Maar ik kan je verzekeren, na razendsnel mini-onderzoek onder de immer bereidwillige topvrouwen bij onze uitgeverij: echte vrouwen willen uiteindelijk toch een man die goed met zijn gereedschap om kan gaan.