LONDEN - Het parcours van de olympische wegwedstrijd is zeker niet op het lijf geschreven van Marianne Vos. Maar de Brabantse voelt zich sterk en gaat zondag voor goud. "Ik denk niet dat ik tevreden kan zijn met zilver of brons."

Door Rypke Bakker

Vos werd in 2008 al olympisch kampioen, maar toen als baanwielrenster op de puntenkoers, een onderdeel dat inmiddels van de olympische agenda is gehaald. In de wegwedstrijd in Peking greep ze teleurstellend naast een medaille.

“Toen moest alles kloppen om een wedstrijd te kunnen winnen”, antwoordt Vos als ze gevraagd wordt naar het verschil met deze Spelen.

“Als ik net iets minder was, kon ik het verschil al niet meer maken. Nu wel. Ik ben de afgelopen jaren sterker geworden, kan in veel meer wedstrijden het verschil maken. Of ik sterker ben dan ooit? Ja, ik denk dat ik dat wel kan zeggen.”

Initiatief

Vos krijgt in haar jacht op een tweede gouden olympische medaille hulp van Ellen van Dijk, Loes Gunnewijk en Annemiek van Vleuten. Tussen de 67 vrouwen die zondag aan de start staan, vormen zij de Nederlandse ploeg.

Vos: “Ik denk dat wij op papier de sterkste ploeg hebben. Duitsland komt wel ernstig in de buurt, zeker in de breedte. En de Verenigde Staten hebben ook een sprintster, een klimster en een hardrijdster, die zijn ook uitgebalanceerd. Dat zijn ploegen die net als wij op verschillende manieren naar een overwinning kunnen rijden.”

“Ja, er zijn, zeker op dit parcours, veel kanshebbers. En er zijn zoveel scenario’s mogelijk dat je vooral in de koers zelf de beslissingen moet nemen. Gaan we er nog een keer tegenaan en proberen we een schifting te creëren? Of doen we dat niet en gaan we voor de sprint? Maar ik denk wel dat we erbij gebaat zijn om het initiatief te nemen in de koers, anders rijden we achter de feiten aan en gaat het peloton veel te makkelijk naar de finish.”

Zwaar

140 kilometer telt de wegwedstrijd, met twee keer Box Hill als enige noemenswaardige beklimming. Woensdag reed Vos tijdens de training al enkele keren naar boven.

“Ik merkte toen dat het zwaar is. Maar ja, we hoeven maar twee keer omhoog. Ik was liever wat vaker Box Hill opgereden. Dan weet je sowieso dat het uit elkaar gaat vallen. Nu is dat maar de vraag.”

“En mocht het uit elkaar vallen, dan is het nadat we voor de tweede keer de top hebben bereikt nog vijftig kilometer naar de finish in Londen. Het kan zomaar zijn dat daar alles weer bij elkaar komt en het alsnog een massasprint wordt. Maar ook dan zijn wij als Nederland niet kansloos. Ik ben niet heel traag aan de meet.”

Lees alles over de Spelen op onze special