Sinds de jaren veertig van de vorige eeuw is het aantal alleenstaanden in Nederland sterk gegroeid. In 1947 telde het land 285.000 alleenstaanden. Nu zijn dat er drie miljoen.

Die groei zal voorlopig aanhouden. Over dertig jaar zullen er naar verwachting 3,6 miljoen mensen alleen door het leven gaan. ''Bijna een op de vier volwassen inwoners zal dan dus alleenstaand zijn", stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

''De toename van het aantal alleenstaanden vindt zijn oorsprong in de veranderingen in normen en waarden die sinds de Tweede Wereldoorlog in alle westerse samenlevingen zijn opgetreden", zegt het CBS.

De alleenwonende in 2017 is niet meer dezelfde als in 1947. ''Was vlak na de Tweede Wereldoorlog het overlijden van de partner nog de belangrijkste reden om alleen komen te staan of alleenstaande ouder te worden, daarna werd uitstel van trouwen steeds belangrijker, en na 1971 ook scheiding", aldus het statistiekbureau.

Van de alleenstaanden in 2017 was 21 procent gescheiden, 22 procent was alleen komen te staan na het overlijden van de partner en ruim de helft is nooit getrouwd geweest.

Latrelatie

Het is niet altijd zo dat alleenstaanden geen partnerrelaties hebben. Meer dan een op de vijf heeft een latrelatie. Vooral alleenstaande mensen tot dertig jaar combineren zelfstandig wonen met een relatie.

Meer dan 90 procent van deze jonge 'latters' wil op termijn wel samenwonen of trouwen. Nederlanders van boven de vijftig zitten daar niet op te wachten. Meer dan de helft van deze groep wil geen relatie meer.

Het CBS verwacht verder dat over dertig jaar (net als nu) ruim 4 procent van alle meerderjarige Nederlanders een alleenstaande ouder met één of meer kinderen zal zijn. In 1947 gold dit nog voor 1 procent.