Vrouwen en mannen in de leeftijd van twintig tot veertig jaar trouwen minder vaak. In plaats daarvan kiezen ze vaker voor het geregistreerd partnerschap of ongehuwd samenwonen.

Dat blijkt uit voorlopige cijfers over 2017 van het Centraal Bureau voor Statistiek. Het afgelopen jaar werden er 64.400 huwelijken gesloten.

Twintig jaar geleden trouwden er nog 85.000 paren, wat de laatste jaren met zo'n 20.000 koppels is afgenomen. Vooral mannen en vrouwen rond de dertig zijn in verhouding minder vaak gaan trouwen. In 1997 trouwden nog 83 op de duizend vrouwen van 25 tot dertig jaar, twintig jaar later waren dit er 37 op de duizend. Bij de groep mannen in deze leeftijd werd een soortgelijke daling gezien.

Ook is de gemiddelde leeftijd waarop men trouwt gestegen. In 1997 waren mannen gemiddeld 30 jaar wanneer zij trouwden, in 2017 was dit 34 jaar. Bij vrouwen steeg de gemiddelde leeftijd van 28 naar 31,5 jaar.

Wel zijn er meer geregistreerde partnerschappen gesloten, wat een verklaring kan zijn voor de daling in het aantal huwelijken. In 2017 sloten 17.900 koppels een partnerschap (12 op de duizend niet-gehuwde 25- tot 30-jarige vrouwen en 13 in de groep 20- tot 35-jarigen), wat een stijging is van meer dan 2.000 dan in 2016 en 11.000 meer dan in 2007.