Gezinnen gaan vaker weg uit de grote steden als de kinderen nog niet naar school gaan. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de stellen die in 2015 een baby kregen, had 18 procent de grote stad voor het einde van 2016 verlaten, ruim een jaar na de geboorte. Bij de stellen die in 2012 een eerste kind kregen, was na ruim een jaar slechts 12 procent vertrokken.

In Amsterdam verhuisde 40 procent van de stellen die in 2012 hun eerste kind kregen voor eind 2016 naar een andere gemeente. Vanuit Utrecht vertrok een op de drie gezinnen en vanuit Den Haag en Rotterdam een op de vier.

Bij het hogere vertrekpercentage uit Amsterdam speelt mee dat stellen in de hoofdstad vaker dan in de drie andere steden een huurwoning hebben als het eerste kind wordt geboren. Huishoudens met een huurwoning zijn over het algemeen mobieler dan huishoudens met een koopwoning.

Koophuis

Toch verhuizen Amsterdamse jonge gezinnen met een koophuis ook vaker naar een andere gemeente dan jonge gezinnen met een koopwoning uit Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Ze gaan meestal wel in de omgeving van de hoofdstad wonen.

Het aantal inwoners van Amsterdam is de afgelopen vijf jaar met gemiddeld 11.000 mensen per jaar gegroeid. De helft van de groei komt uit natuurlijke aanwas, de andere helft uit migratie.