Volgens stotterspecialisten kunnen mensen tijdens een sollicitatieprocedure onterecht worden afgewezen voor een baan omdat ze stotteren. 

"Terwijl bij het gesprek kan blijken dat deze persoon prima functioneert, ondanks de haperingen. Daarom raad ik af om het stotteren in de brief te vermelden", zegt stottertherapeut en logopedist Coen Winkelman.

Zondag wordt Wereldstotterdag georganiseerd, een dag die de aandacht vestigt op een kwestie waarmee één procent van de volwassen wereldbevolking te maken heeft. NU.nl sprak met experts over wat stotteren op de werkvloer betekent.

Volgens Anja van der Vlist van Stotteren.nl, is stotteren te vergelijken met een ijsberg, waarvan slechts een deel boven het wateroppervlak zichtbaar is. "Wat je ziet en hoort aan iemand die stottert, is wat er boven water zichtbaar is, maar daaronder gaan ook vaak angst, spreekangst en boosheid schuil. Iedere stotteraar heeft een eigen verhaal." Overigens is het nog niet bekend waardoor stotteren precies veroorzaakt wordt, maar hier hoeft niet per se een trauma of angst aan ten grondslag te liggen.

"Een werknemer die stottert is geen stotteraar, hij of zij is vooral een werknemer of expert die af en toe hapert", zegt stottertherapeut Winkelman. Ook Van der Vlist dringt aan dat het woord stotteraar niet gebruikt moet worden wanneer over iemand die stottert wordt gesproken. "Het is een label."

Broddelen

Aan de ene kant bestaan er mensen die licht stotteren en bang zijn om te spreken, aan de andere kant zijn er mensen die heftig stotteren, maar zich er niks van aan trekken. "Zoals Sanne Hans (Miss Montreal red.)", vertelt Winkelman. "Daarnaast zijn er mensen die broddelen, dat is een vorm van zeer onverstaanbaar spreken. Bij stotteren gaat het om een productieprobleem bij het praten, bij broddelen gaat het meer om een probleem met het plannen van zinnen en woorden."

"In therapie probeer ik waar nodig om de stotterangst aan te pakken. Er zijn veel mensen die zich wel eens verspreken of niet op woorden kunnen komen. Dit zijn normale niet-vloeiendheden in de spraak. Hierdoor is het vaak zo dat licht stotteren bij mensen helemaal niet zo opvalt. Het gaat pas opvallen wanneer er voor de persoon die hapert een dosis spanning bij komt kijken," legt Winkelman uit.

In de werksfeer kunnen vooral presentaties of telefoongesprekken deze spanning uitlokken. Van der Vlist: "Het telefoneren kan op het kantoor een grote barrière vormen, omdat je niet kan inschatten hoe het overkomt op de ander. Veel mensen die stotteren kiezen ervoor om te mailen of een app te sturen, maar als het echt nodig is om te bellen is het aan te raden om deze barrière te overwinnen."

Volgens Winkelman heeft de angst voor telefoneren niet alleen met stotteren te maken. "Veel mensen hebben hier last van. Over het algemeen kunnen mensen getraind worden om deze angst te overwinnen."

Bespreekbaar maken

"Mensen die stotteren moeten denk ik de deur open zetten en het bespreekbaar maken", aldus Van der Vlist. "Ze kunnen zeggen dat ze stotteren en wat het voor hen en de omgeving betekent. Aan een collega of de werkgever kunnen ze op deze manier zelf aangegeven wat ze van de ander verwachten of nodig hebben. Wanneer iemand dit zelf niet durft, maar de mensen op het werk dit wel merken, dan is het slim als de werkgever het zelf bespreekbaar maakt."

De communicatie tussen werknemers, werkgevers en collega’s wordt door beide experts benadrukt. "Het verschilt per persoon of mensen hulp willen. Niet iedereen die stottert wil dat woorden of zinnen door anderen worden ingevuld", zegt Winkelman. "Laat dus vooral iemand uitpraten, vul niet aan en probeer iemand ook niet in de rede te vallen. Maar communiceer vooral met elkaar over of er hulp nodig is."

Hij raadt personen met stotterklachten ook aan het spreken positief te benaderen. "Ik adviseer mensen om te zeggen dat ze vroeger erg hebben gestotterd en nu nog wel eens restverschijnselen van het stotteren hebben", aldus de logopedist. "Door het op deze manier aan anderen te vertellen wordt het negatieve zelfbeeld van "de stotteraar" doorgeprikt. Bovendien wordt het ijs op deze manier gebroken."

Sluitende therapie

Een presentatie geven zou volgens Winkelman niet vanzelfsprekend het stotteren verergeren. "Er zijn ook mensen die door de adrenaline en hogere concentratie juist beter gaan spreken." Het is volgens de logopedist vooral belangrijk dat een presentatie, maar ook een telefoongesprek goed wordt voorbereid. Volgens hem gaat het erom dat iemand zeker is van zijn zaak.

Een sluitende therapie om iedereen van het stotteren af te helpen is er niet en zou volgens de experts maatwerk zijn. Wel legt Winkelman uit dat iemand die hapert de spreektechniek en snelheid pas kan verbeteren wanneer ze voelen dat ze mogen stotteren. "Als je vecht tegen het stotteren wordt het erger. Soms gaan mensen ook juist sneller spreken omdat ze dan denken: "dan heb ik het maar gezegd", maar dan gaat het juist mis. Daarom zeg ik altijd: langzamer gaat sneller."