Kinderen die in kinderboeken levenslessen geleerd krijgen van menselijke personages, zouden doorgaans sneller geneigd zijn de lessen in praktijk te brengen dan wanneer dierlijke figuurtjes de hoofdrol spelen.

De onderzoekers lazen een verhaaltje voor aan iets minder dan honderd kinderen tussen de vier en zes jaar oud. Ze gebruikten hiervoor het boek Mary Packard's Little Racoon Learns to Share, waarin dieren met menselijke eigenschappen leren dat delen een goed gevoel geeft.

Een ander deel van de groep kreeg een versie van het verhaal waarin de illustraties met de dieren werden vervangen door tekeningen van mensen. De laatste groep fungeerde als controlegroep kreeg een compleet verschillend boek, met informatie over zaadjes voorgelezen.

Stickers

Voor het voorlezen moesten de kinderen tien stickers uitkiezen die ze mee naar huis mochten nemen. Daarbij werd hen verteld dat een ander kindje dit niet mocht. Hierbij werd gesuggereerd dat zij de stickers mochten delen met het andere kindje, door ze in een envelop te stoppen en deze weg te geven als de onderzoeksbegeleider er even niet bij was.

Na het lezen van het verhaal mochten de kinderen nogmaals tien stickers uitkiezen en werden zij weer gevraagd de plaatjes te delen met een kind dat geen stickers had gekregen. Er werd bekeken hoe veel kinderen dit deden. 

De kinderen die een verhaal voorgelezen kregen uit het boek met de illustraties waarin mensen te zien waren, gaven doorgaans vaker hun stickers weg dan de kinderen in de andere twee groepen.   

Sterker nog, de kinderen die een verhaaltje voorgelezen kregen uit het boek waarin de dieren te zien waren, leken iets egoïstischer. Volgens de onderzoekers is dit resultaat "verrassend", aangezien er in heel veel kinderboeken gebruik wordt gemaakt van dieren om een les te leren of verhaal te vertellen. 

Het onderzoek is gepubliceerd in Developmental Science.