Minder mensen zijn lid van sportbond

Het aantal leden bij 74 sportbonden die zijn aangesloten bij koepel NOC*NSF is vorig jaar licht gedaald. In 2015 telde de bonden 5.292.310 leden, in 2014 waren dat er 5.331.214.

Het aantal sportverenigingen is in lijn met voorgaande jaren eveneens iets afgenomen. De 24.669 zijn er honderd minder dan het jaar daarvoor, meldde NOC*NSF dinsdag in zijn jaarlijkse overzicht.

De voetbalbond KNVB telt nog altijd de meeste leden: 1.227.080, gevolgd door de tennisbond KNLTB (599.012) en Sportvisserij Nederland (572.648). De golfbond NGF (382.236) en de gymnastiekunie KNGU (303.650) maken de top vijf compleet. Hockey, paardensport, atletiek, zwemmen en volleybal zijn de nummers zes tot en met tien.

"De cijfers laten zien dat een substantieel deel van de Nederlandse bevolking lid is van een sportclub. Terwijl veel traditionele organisaties het moeilijk hebben, zijn de Nederlandse sportclubs in staat om aantrekkelijk te blijven voor grote groepen Nederlanders", aldus Erik Lenselink, manager sportontwikkeling bij NOC*NSF.

Overijssel

Friesland, Drenthe en Overijssel zijn volgens de rapportage de drie provincies met relatief de meeste leden van sportbonden. In Limburg, Flevoland en Zeeland is dit het laagst. Inwoners van wijken in grote steden en gemeenten met een lage sociale status zijn veel minder vaak lid van een sportbond. Lenselink: "Er blijft voor ons een belangrijke opdracht op wijkniveau, namelijk het aantrekkelijk krijgen en houden van sport in wijken waar sporten niet vanzelfsprekend is."

Beduidend meer mannen dan vrouwen zijn lid van een sportclub. In 2015 telden de sportbonden bijna 3,5 miljoen lidmaatschappen onder mannen en ruim 1,8 miljoen lidmaatschappen onder vrouwen. Het aantal mannelijke leden daalde wel ten opzichte van 2014 met 50.652, terwijl het aantal vrouwelijke leden steeg met 11.748.

Lees meer over:
Tip de redactie