Couturier Edwin Oudshoorn heeft donderdag tijdens de openingsavond van de Amsterdam Fashion Week een heel andere kant van zichzelf laten zien. "Het leven is niet altijd romantisch. Dat heb ik zelf ook ondervonden."

"Mensen kennen mij misschien van de bloemetjes en de sprookjesachtige beelden, maar deze collectie is zeker anders te noemen", zo zegt de ontwerper in een interview met NU.nl.

In 2005 won Oudshoorn de Frans Molenaar Coutureprijs, een prijs waarmee de onlangs overleden couturier Frans Molenaar jonge ontwerpers met ontwerptalent een duwtje in de rug wilde geven.

In de jaren daarna raakt Oudshoorn in het modelandschap bekend als couturier bij wie zijn ontwerpen om ambacht draaien, niet om commerciële productie. Zijn creaties worden in zijn atelier met de hand gemaakt voor privéklanten.

Moeilijke periode

De couturecollectie die Oudshoorn donderdagavond heeft getoond, genaamd Return to Home, gaat onder andere over een moeilijke periode waar hij de afgelopen tijd doorheen is gegaan. "Een half jaar geleden is mijn vader gediagnostiseerd met slokdarmkanker. Opeens stort je wereld in elkaar en dan is overlevingsdrang het enige wat overblijft."

"Als de grond ineens onder je voeten verdwijnt, voel je hoe kwetsbaar het leven eigenlijk is. Thuis werd ineens niet meer zo vanzelfsprekend, vandaar Return to home."

De collectie is begonnen met een persoonlijk verhaal, maar dat is volgens de couturier niet de enige inspiratiebron geweest. Toen hij net het slechte familienieuws hoorde, kwam hij een foto tegen in de Britse Vogue van 1941, waarbij een model was gefotografeerd in het puin van een in elkaar gestort gebouw. "Mode is onverwoestbaar, stond erbij. Die foto was zo enorm krachtig", aldus de ontwerper.

"Die foto leek uit te beelden dat je gewoon door moet gaan in het leven, ook met tegenslagen. Ook in de oorlog in 1941, ook nu in Frankrijk met alle ellende die daar plaatsvindt. Alles lijkt momenteel mis te gaan. Er gebeuren zulke heftige dingen in het leven, en het is mooi als je daar niet bitter op reageert, maar nog steeds kan genieten van de dingen die mooi zijn. Noem alles maar op waarvoor je wél dankbaar kunt zijn."

Bloesemtak

In de collectie, bestaande uit twintig sets, voeren grijs, zwart, koraalroze, goud, okergeel en bordeauxrood de boventoon. Daarnaast is de bloesemtak een belangrijk terugkerend onderdeel. "In de Japanse cultuur staat de bloesemtak symbool voor het leven", aldus de ontwerper. "De duur van het bloeiproces wordt van buitenaf bepaald, door invloeden waar je geen houvast op hebt, als de zon, regen en wind."

De ontwerper heeft nog veel veranderd tijdens de laatste dagen voor de show. "Er zijn best veel dingen geschrapt, ik heb stoffen niet gebruikt, en sommige stoffen zelfs een paar dagen voor de show nog gekocht. Op het laatste moment bedacht ik me dat er meer geel in de collectie moest. Samen met juwelenmaakster Fleur Wensveen heb ik gekeken welke jurken 'meer' moesten hebben met bijvoorbeeld een ketting, en welke creaties juist niet."

Oudshoorn is ongeveer drie maanden bezig geweest met voorbereiden van de show. Tussendoor kreeg hij nog aanvragen van klanten, zelfs bruiden. "Als officieel eenmansbedrijf had ik dit nooit allemaal alleen kunnen behappen. Ik heb heel veel steun gehad aan mijn familie, mijn vrienden, vier hardwerkende stagiairs en mijn partner Nick. In de avonden voor de show hebben we met z'n twaalven op de hurken gezeten om kraaltjes op jurken te zetten en bloesembloemetjes te borduren. Ik ben enorm goed gesteund."

Ravage

Het decor van de show was volledig aangepast op de inspiratie van de ontwerper. Waar de modellen van Oudshoorn de laatste paar seizoenen veelal in een sprookjesachtige bossetting te zien waren, liepen ze nu tussen gebombardeerde flatgebouwen, in elkaar gestorte meubels en betonblokken.  

"Ik weet dat mensen dat in eerste instantie niet bij mijn show verwacht hadden, maar het leven is nou eenmaal niet altijd een sprookje. Maar de typisch romantische Edwin-touch was er wel in terug te zien. Het wordt ook weer lente op het eind. We hebben het verhaal dit keer alleen anders gebracht." 

Bij afloop van de show kreeg het publiek een zwart gouden doosje mee naar huis, met hierin een tulpenbol. "After every winter comes the spring", besluit de ontwerper.