Ouderen scheiden in toenemende mate in de herfst en winter van hun leven.

Tussen de twintig en veertig jaar daalt het aantal echtscheidingen, maar boven de veertig jaar neemt dat onder echtparen ieder jaar toe, ook in relatieve zin, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2012 gingen ruim 13.800 mensen in de leeftijd van vijftig tot zestig jaar uit elkaar. In 2000 waren dat nog 8.700 mensen.

Een dergelijke stijging is ook zichtbaar onder de groep 60- tot 70-jarigen. Van hen gingen er in 2012 ruim 3.700 scheiden, terwijl dat er twaalf jaar eerder nog ruim 2.000 waren.

Ook op hoge leeftijd laten ouderen het niet bij klagen over hun relatie. Het aantal echtscheidingen onder 70- tot 80-jarigen groeide in dezelfde periode van 400 naar bijna 750. Het aantal in de groep 80 tot 90 jaar is zelfs ruim verdubbeld: van 40 naar 94.

Normverandering

Demograaf Jan Latten spreekt in dat verband van een normverandering, die in de jaren 70 ontstond en geleidelijk aan is doorgezet: ''Het zijn de generaties die in de jaren 60 en 70 volwassen werden en als eersten anders over trouwen en scheiden gingen denken. Die mensen vinden nu, vaker dan vroeger, dat als je niet meer verliefd bent je er dan mee stopt’’, aldus Latten.