Nederlandse jongeren wonen vaker op zichzelf dan het Europees gemiddelde. Dat blijkt uit cijfers van de Europese Stichting voor de Verbetering van Leef- en Werkcondities. 

Bovendien is tussen 2007 en 2011 het aantal jongeren (18 tot 29 jaar oud) dat nog bij één of beide ouders woont met 6 procent gedaald.

In Nederland woont 1 op de 3 (33 procent) jongeren nog bij hun ouders. Dat is een stuk minder dan het Europese gemiddelde van 48 procent, zo blijkt uit een rapport van de stichting. Bovendien steeg in Europa het gemiddelde percentage thuiswoners juist.

''De economische crisis heeft vooral jonge mensen hard getroffen, met een groeiende werkloosheid. Die werkloosheidscijfers zijn bovendien hoger dan voor andere leeftijdsgroepen’’, stelt het rapport. ''Het rapport laat zien dat de crisis een groeiende groep jonge mensen dwingt om bij hun ouders te blijven wonen'', aldus een van de onderzoekers.

Malta en Slovenië

Malta en Slovenië spannen de kroon als het aankomt op de thuisblijvers; liefst 85 procent van de jongeren daar woont nog onder moeders’ vleugels. De Finse jongeren zijn juist erg zelfstandig, aangezien 85 procent juist is uitgevlogen.

De onderzoekers keken ook naar de toegang van Europese jongeren tot gezondheidszorg. Die is in Nederland iets moeilijker geworden, maar over het algemeen doet Nederland het nog erg goed. Zo heeft maar een kwart van de jongeren hier last van wachtlijsten. Alleen Zweden en Denemarken doen het nog net iets beter. In heel Europa heeft 44 procent van de jongeren last van de wachtlijsten.

Verenigingen

Nederlandse jongeren blijken ook maatschappelijk erg actief. Bijna vier op de tien jongeren hier doen mee aan de sociale activiteiten van verenigingen. Dat is meer dan in landen als Zweden en Finland. Alleen in Ierland doen jongeren nog meer.

Toch is niet alles hosanna. Meer dan vier op de tien jongeren voelen etnische spanningen in Nederland. Dat percentage is alleen in Frankrijk en België hoger.