Geen enkel volk ter wereld ontspant zich zo snel op vakantie als Nederlanders. 67 procent van de Hollanders voelt zich meteen op de eerste dag van de vakantie al ontspannen.

Dit blijkt uit wereldwijd onderzoek van een online reisbureau, waarvoor 8.500 volwassenen zijn ondervraagd.

Andere ondervraagde reizigers hebben volgens het onderzoek meer tijd nodig om te relaxen. Zo kan een kwart van de Duitsers en 24 procent van de Spanjaarden zich pas na een dag of twee ontspannen.

18 procent van de Japanners geeft toe zich nooit helemaal ontspannen te voelen tijdens hun vakantie, terwijl slechts 6 procent van de Nederlanders zegt soms moeite te hebben met het omschakelen van de werkmodus naar de vakantiemodus.

Voicemail

Een mogelijke verklaring voor het feit dat Nederlanders zich zo snel kunnen ontspannen, is dat ze niet of nauwelijks hun werk- en voicemail checken. Daarnaast hebben ze meer het gevoel steun te krijgen van hun baas om op vakantie te gaan, dat zorgt volgens hen voor een rustig en vertrouwd gevoel.

Bijna de helft van de Duitsers heeft daarentegen het gevoel dat hun baas helemaal niet achter hun vakantie staat. 44 procent van de Italianen denkt hier hetzelfde over.

De Fransen zijn met 93 procent gemiddeld het meest bezig met hun werk op vakantie, in vergelijking met 56 procent van de Nederlanders. Ook Italianen zijn op reis veel online; 87 procent van hen kijkt regelmatig of er geen belangrijke werkberichten binnenkomen.

Vakantiedagen

Nederlanders nemen met 21 dagen gemiddeld de meeste vakantiedagen op van alle Europeanen. Meer dan de helft van de Nederlanders (54 procent) zegt geen reden te hebben vakantiedagen niet op te nemen. Daarmee scoren ze het hoogst in vergelijking met de rest van de wereld.

Inwoners uit  handjevol andere landen zeggen dat ze het zich niet kunnen permitteren om zo veel vakantiedagen op te nemen. Dit speelt vooral bij Amerikanen en Canadezen (22 procent), in Thailand (25 procent) en Korea (27 procent).

Economische redenen worden door Nederlanders nauwelijks aangehaald (slechts 10 procent) in vergelijking met andere landen. Dit speelt meer in landen als Spanje (28 procent) en Italië (30 procent).