Minister voor Buitenlandse Handel Lilianne Ploumen uit felle kritiek op kledingbedrijven Coolcat, Wibra en Prénatal. 

De bedrijven laten nog altijd kleding produceren in fabrieken waar de arbeidsomstandigheden ronduit slecht zijn.

Ondanks herhaaldelijke oproepen willen de drie geen verantwoordelijkheid nemen, aldus de minister maandag in het AD.

Coolcat, Wibra en Prénatal weigeren een akkoord te tekenen waarin ze beloven de veiligheid in de textielfabrieken te verbeteren. Aanleiding voor het verdrag is de fabrieksbrand in Bangladesh in april waarbij 1.100 arbeiders omkwamen.

"Deze bedrijven staan voor de keus. Of ze tekenen alsnog, of ze verliezen hun geloofwaardigheid bij de klanten", aldus Ploumen. "Nu staan ze aan de verkeerde kant van de lijn. Dat moeten ze niet willen."

De minister wijst naar andere bedrijven zoals Zeeman, H&M, C&A en V&D. "Die doen wél hun best. En de kleding is bij hen niet duurder."

Meeuw

In gesprek met BNR Nieuwsradio vergelijkt de directeur van Coolcat, Roland Kahn, de minister met een vogel. "De minister is net een zeemeeuw: ze schijt op je hoofd en dan vliegt ze door", aldus Kahn.

"Je hoort niet iemand aan de schandpaal te nagelen, als je zelf niet zonder zonden bent'', zei de baas van meer dan 120 modewinkels in de Benelux maandag. Volgens hem roept de minister maar wat en is het nog helemaal niet duidelijk hoe de brancheafspraken de Bengaalse kledingindustrie precies verder zullen helpen.

Volgens Kahn is de zaak niet zo simpel. Dat er zoveel goedkope kleding uit Bangladesh wordt ingevoerd ligt in zijn ogen juist aan de Europese Unie.

''Die heeft Bangladesh een invoervrije status gegeven. Als ik goederen uit India koop moet ik 12 procent invoerrechten betalen. Bij goederen uit Bangladesh niet. Laat ze dat maar eens veranderen.''