Twintigers van nu hebben meer zorgen dan hun ouders toen zij jong waren.

Dat blijkt uit een onderzoek onder 4000 mensen van een bedrijf dat gezondheidsproducten verkoopt. Bijna 70 procent van de ondervraagden vindt het leven zwaarder voor moderne twintigers dan de twintigers van 40 jaar geleden.

Niet alleen de huidige jongere generatie is van mening dat hun ouders het makkelijker hadden. Ook de vijftigplussers zijn het hiermee eens.

Ondanks de revolutie in persoonlijke technologie, relatief hogere salarissen en betere werkomstandigheden, vinden twintigers dat ze meer belemmerd worden in hun geluk en tevredenheid.

Economie

De ondervraagden vinden dat het leven 40 jaar geleden makkelijker was door betere baanzekerheid, goede pensioenen en een relaxtere werkwereld. Ook de betere huizenmarkt en minder leningen en creditcards worden als redenen genoemd.

Stress is een groot probleem voor de twintigers van tegenwoordig. Ruim 40 procent van hen heeft daar regelmatig of constant last van. Dat gold 40 jaar geleden slechts voor 15 procent, de helft had daar toen zelfs nooit last van.

De grootste zorgen voor twintigers zijn geldproblemen, overwerkt zijn en onzekerheden over hun lichaam. De oudere respondenten geven aan dat zij in hun jeugd veel tevredener waren met hun lichaam. Ook geven twee keer zoveel twintigers toe dat ze veel meer geld willen verdienen dan de oudere respondenten toen ze die leeftijd hadden.

Partner zoeken

Uit het onderzoek blijken ook overeenkomsten tussen twintigers en vijftigers. Beide generaties waren in de 20 op zoek naar een levenspartner. Kinderen krijgen is tegenwoordig echter een minder grote prioriteit voor twintigers. De meesten vinden 29 de ideale leeftijd om een kind te krijgen, tegenover een leeftijd van 27 in 1970.

Het aantal huwelijken is ten slotte ook gedaald. Minder dan de helft van de huidige twintigers vindt het belangrijk om te trouwen. Van de vijftigplussers wilde 54 procent trouwen toen ze in de 20 waren.

De relatie met buren is de afgelopen jaren ook slechter geworden. Eén op de vier vijftigplussers had een goede relatie met de buren, terwijl dit tegenwoordig bij slechts 7 procent van de twintigers het geval is.