AMSTERDAM - Leer, tabak en witte bloemen. Het zijn ingrediënten die de stoere, sensuele parfums uit de jaren’20 zo uniek maakten. En ze zijn weer helemaal terug van weggeweest, meldt geurexpert Tanja Deurloo.

De jaren’20 van de vorige eeuw waren een aparte tijd. Door de Eerste Wereldoorlog verdwenen de mannen naar het front, en gingen de vrouwen de fabrieken in. Ze begonnen te roken, de rok ging uit de broek aan en het haar werd afgeknipt – de Boblijn werd favoriet.

Coco Chanel maakte furore met haar Garconne-look, Marlene Dietrich verscheen als androgyne verleidster. "En daar hoorden zware,sensuele, iets mannelijke geuren bij," vertelt Tanja Deurloo in een parfumdocumentaire op BeautyJournaal.

Krachtiger

"Tabak en leer werden in eens populair voor vrouwengeuren. De overbekende bloemenparfums werden naar de achtergrond verdreven. Vrouwen wilden krachtiger en kruidiger parfums, maar wel sensueel en dramatisch", aldus Deurloo.

Bekende parfums in die tijd werden Tabac Blond van Caron, geïnspireerd op de eerste vrouwelijke piloot die een trans-Atlantische vlucht maakte, Cuir de Russie van Chanel en het mysterieuze Mitsouko van Jean Guerlain.

"Vrouwen werden een stuk zelfstandiger en gingen ook reizen. Ze zochten het avontuur op, vervolgt ze. "En die behoefte aan dat avontuur maar ook dat krachtige element zie je nu weer helemaal terug. Zo is leer favoriet bij Kelly Calèche van Hermès (met de geur van de peperdure Kelly bag) en in het nieuwe parfum van John Richmond. Ook Platinum van La Prairie heeft die kruidige frisheid met een zwoel accent, dat zo kenmerkend was voor de Roaring Twenties."