De beheerde speeltuinen in Leiden zijn sinds dinsdag weer open. Door de plekken als openbaar gebied aan te merken, kunnen ze niet worden gesloten. Op deze manier ontloopt burgemeester Henri Lenferink, de voorzitter van Veiligheidsregio Hollands Midden, een landelijke regeling die hem dwong de speeltuinen te sluiten.

Eerder werden de speeltuinen namelijk gezien als publieke ruimtes, en die moesten vanwege de lockdown dicht. De sluiting veroorzaakte onbegrip, omdat speeltuinen op andere plekken in Nederland, zoals Amsterdam, Den Haag en Utrecht, nog wel open zijn.

Het CDA en de PvdA trokken daarom aan de bel in de gemeenteraad. Met een nieuw advies van het Outbreak Management Team (OMT) in hun achterzak verzochten ze het stadsbestuur de speeltuinen weer te openen. Het OMT onderstreepte namelijk het belang van buitenspelen voor kinderen.

Burgemeester Lenferink liet weten het wel met de verantwoordelijke minister besproken te hebben, maar dat het gesprek niet tot aanpassing van de regels heeft geleid.

Geen entreegeld en speeltuingebouwen blijven dicht

Door een juridische truc is het nu toch gelukt om de deuren van de speeltuinen in Leiden te openen. Nu de speeltuinen worden aangemerkt als openbaar gebied, mag er geen entreegeld gevraagd worden. Ook blijven speeltuingebouwen dicht.

Leiden lijkt het landelijke beleid strenger te hebben nageleefd dan andere steden. De gemeente Utrecht liet weten de speeltuinen bewust open te houden, want daar werd "geen prioriteit" aan gegeven. Lenferink zegt dat hij "de regels niet actief wilde overtreden".

Aan de andere kant snapt hij de gang van zaken in andere steden wel. "In bijvoorbeeld Amsterdam speelden veel andere dingen. Ik kan me voorstellen dat je dan de prioriteit ergens anders legt. Bovendien is er weinig druk vanuit het ministerie. Die gaan ervan uit dat men zich wel aan de regels houdt", aldus Lenferink.